Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/6.2.0:6.2.0 Introductie
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/6.2.0
6.2.0 Introductie
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS454164:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 20a, eerste lid, onderdeel a, Wet IB merkt als winst uit aanmerkelijk belang aan de voordelen welke worden getrokken uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen. De woordkeus is min of meer gelijk aan die van de bron 'inkomsten uit vermogen': Voordelen welke worden getrokken uit (tot een aanmerkelijk belang behorende) aandelen of winstbewijzen. Beide artikelen hanteren de woorden 'getrokken uit', hetgeen duidt op een objectieve benadering, d.w.z. vanuit de desbetreffende bron zelf en niet vanuit het subject van de belastingplichtige. Met betrekking tot aanmerkelijkbelangaandelen en -winstbewijzen betekent dit dat de reguliere voordelen uit aanmerkelijkbelangaandelen en -winstbewijzen in beginsel nog steeds vanuit de aanmerkelijkbelangaandelen en -winstbewijzen zelf moeten worden vastgesteld en niet vanuit het subject van de belastingplichtige. De meer subjectieve invulling van voordelen van aanmerkelijkbelangaandelen en -winstbewijzen wordt met name aangetroffen in de categorie vervreemdingsvoordelen van art. 20a, eerste lid, onderdeel b Wet IB (zie hoofdstuk 7). Met betrekking tot de categorie reguliere voordelen is dus in beginsel niet gebroken met het tot 1 januari 1997 bestaande objectieve regime. Deze conclusie trok ik reeds in hoofdstuk 4, onderdeel 4.5.1.
De reguliere voordelen uit aanmerkelijkbelangaandelen en -winstbewijzen worden nader omschreven in art. 20b Wet IB. Grosso modo worden hier de voordelen aangetroffen die tot 1 januari 1997 onder de bron 'inkomsten uit vermogen' vielen, zoals uitreiking van bonusaandelen, teruggaven van gestort kapitaal, e.d. In vergelijking met het tot 1 januari 1997 bestaande systeem valt op dat twee belangrijke categorieën inkomsten uit aandelen niet langer onder de met de vroegere bron 'inkomsten uit vermogen' vergelijkbare categorie reguliere voordelen vallen, doch zijn overgebracht naar de categorie vervreemdingsvoordelen, t.w. inkoop van eigen aandelen door de vennootschap en liquidatie van de vennootschap. Voorts is tevens de afkoop en inkoop van winstbewijzen onder de categorie vervreemdingsvoordelen gebracht in plaats van onder de categorie reguliere voordelen. Ik verwijs verder naar hoofdstuk 7, onderdelen 7.3.1, 7.3.2 en 7.3.3.
Zoals in hoofdstuk 4, onderdelen 4.2.1 reeds is uiteengezet, bevat de categorie reguliere voordelen in art. 20a, eerste lid, onderdeel a, Wet IB in tegenstelling tot de categorie vervreemdingsvoordelen niet de tot een aanmerkelijk belang behorende schuldvorderingen. Renten van aanmerkelijkbelangschuld-vorderingen worden dus niet belast als winst uit aanmerkelijk belang (reguliere voordelen), doch als inkomsten uit vermogen. Vervreemding van aanmer-kelijkbelangschuldvorderingen, waaronder dan tevens aflossing ervan moet worden begrepen (art. 20a, zesde lid, onderdeel e, Wet IB, zie hoofdstuk 7, onderdeel 7.3.5), daarentegen valt wel onder de bron 'winst uit aanmerkelijk belang'. Ik verwijs naar hoofdstuk 4, onderdeel 4.2.1.