Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.8.9:4.8.9 Het “recht van verwerving” en de beperkte rechten
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.8.9
4.8.9 Het “recht van verwerving” en de beperkte rechten
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644814:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De oorspronkelijke eigenaar verkrijgt zijn eigendomsrecht op grond van het “recht van verwerving”1, aangezien het geen afgeleid recht is van het eigendomsrecht van de hoofdzaak.2 Het is een originair verkregen eigendomsrecht. Vandaar dat de beperkte rechten die op de hoofdzaak rusten, niet op het afgescheiden bestanddeel drukken. Dit betekent echter niet automatisch dat geen beperkte rechten op het eigendomsrecht kunnen rusten. In het specifieke geval waarin een bestanddeel op grond van een ius tollendi is afgescheiden en een zelfstandige zaak is geworden, herkrijgt de oorspronkelijke eigenaar zijn eigendomsrecht omdat hij vóór de verbinding eigenaar was. Het nieuwe eigendomsrecht dat hij verkrijgt, heeft daarom dezelfde eigenschappen als het oude eigendomsrecht. Niet valt in te zien dat voor de beperkte rechten andere regels gelden dan voor het eigendomsrecht.3 Net als het eigendomsrecht, rustte het beperkte recht vóór de verbinding immers ook op de zaak.4 Daarnaast zijn zo de verrijking en de verarming in hun geheel teruggedraaid, hetgeen het uiteindelijke doel van een ius tollendi is.
Tot slot sluit het resultaat aan bij het resultaat van de afscheiding, die niet op basis van een ius tollendi is geschied. Daarmee wordt het volgende bedoeld. Als een verpande zaak (een diamant) wordt nagetrokken (door een ring), dan gaat het pandrecht teniet. Wordt vervolgens de diamant afgescheiden op grond van een ius tollendi, dan ontstaat hierop een nieuw pandrecht. Wanneer de diamant anders dan op basis van een wegneemrecht wordt afgescheiden van de verpande ring, dan rust op het afgescheiden deel eveneens een pandrecht, alleen is dit recht een afgeleide van het zekerheidsrecht dat op de ring (de hoofdzaak) rust. In beide gevallen is sprake van continuïteit van zakelijke rechten. Deze rechten zijn weliswaar nieuw, maar qua inhoud gelijk aan de oude rechten. Als verschillende beperkte rechten op de zaak rustten vóór de verbinding, dan ontstaan dezelfde beperkte rechten na de afscheiding. Zij nemen dezelfde rang aan, zodat zij zich op dezelfde wijze tot elkaar verhouden. Was een zaak vóór de verbinding onder eigendomsvoorbehoud verkocht en geleverd, dan komt deze zaak na afscheiding toe aan de verkoper. De koper verkrijgt de zaak onder de opschortende voorwaarde van betaling van de zaak.
Het resultaat van afscheiding op grond van een ius tollendi naar Nederlands recht is hetzelfde als dat van afscheiding op grond van de actio ad exhibendum naar Romeins recht. De oorspronkelijke zakenrechtelijke verhoudingen van vóór de verbinding zijn na de afscheiding hersteld. Het verschil tussen de twee rechtsstelsels is dat naar Nederlands recht nieuwe rechten op de afgescheiden zaak rusten, terwijl naar Romeins recht de oude acties herleefden. Het Nederlandse rechtssysteem is onbekend met slapende rechten (of acties), waardoor de zakelijke rechten op de zaak nieuw moeten zijn. Dit leidt tot een verschil tussen het Romeinse en Nederlandse recht. Naar Romeins recht herleefden de oorspronkelijke acties als sprake was van afscheiding, ongeacht of de afscheiding een gevolg was van de actio ad exhibendum of dat zij toevallig tot stand is gekomen. Naar Nederlands recht verkrijgt de oorspronkelijke eigenaar (en beperkt gerechtigde) zijn zakelijke recht alleen als hij een wegneemrecht heeft. Doordat “slapende eigendomsrechten” niet bestaan, moet het herstellen in de oude toestand uit (het systeem van) de wet voortvloeien. Via de afscheidingsrechten heeft de wet de ongerechtvaardigde verrijking willen terug dringen. Deze afscheidingsrechten zijn beperkt in aantal en gelden niet voor alle gevallen van afscheiding.