Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.4.1.1:2.4.1.1 Visies in de literatuur
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.4.1.1
2.4.1.1 Visies in de literatuur
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859268:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Diephuis 1847, p. 260, Diephuis 1886, p. 55 en De Pinto/Teixeira de Mattos 1885, p. 361. Vgl. ook Weve, Themis Regtskundig Tijdschrift. Vijfde deel 1844, p. 407-408. Van der Kemp (die zelf een ander standpunt inneemt) merkt op dat de meeste auteurs art. 885 lid 2 OBW zo opvatten, Van der Kemp 1870, p. 17.
Diephuis 1847, p. 260 en Diephuis 1886, p. 55.
Weve, Themis Regtskundig Tijdschrift. Vijfde deel 1844, p. 408.
Van der Kemp 1870, p. 17.
Van der Kemp 1870, p. 17-18.
Van der Kemp 1870, p. 18.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De heersende mening in de 19e eeuw is dat het niet voldoende is dat een persoon de erflater in een gesprek of schriftelijk van een misdrijf beticht. De beschuldiging moet zijn neergelegd in een aangifte of klacht.1 De erfgenaam moet dus een vervolging van de erflater voor de misdaad hebben uitgelokt, aldus Diephuis.2 Weve stelt dat de volgende formulering in artikel 885 lid 2 OBW passender is: lasterlijk een aangifte waarop een beschuldiging is gevolgd.3
Van der Kemp vaart tegen de stroom in en betoogt dat artikel 885 lid 2 OBW niet zo beperkt moet worden opgevat in die zin dat de woorden inbrengen van een beschuldiging doelen op een aangifte waarop een beschuldiging volgt.4 Volgens Van der Kemp is deze benadering weliswaar juist voor het Franse recht, maar is onze wetgever hier geheel van het Franse recht afgeweken. De Franse wetgever uit die tijd sluit de onwaardige uit, omdat hij de erfenis vroegtijdig in handen wil krijgen, door de erflater ten onrechte te beschuldigen van een feit waarop de doodstraf staat. Dit doel bereikt hij niet anders dan door de erflater formeel aan te geven of aan te klagen om aldus een vonnis tegen hem te verkrijgen. De Nederlandse wetgever heeft deze onwaardigheidsgrond verbreed. Niet enkel de beschuldiging van een misdrijf waar de doodstraf op staat, leidt tot onwaardigheid. In navolging van Weve en onder verwijzing naar het Romeinse recht gaat het de onwaardige volgens Van der Kemp niet om de erfenis, zoals in het Franse recht, maar om te lasteren.5 Hoewel Van der Kemp de beperkte opvatting van het vereisen van een aangifte of klacht verwerpt, is hij anderzijds wel van mening dat een eenvoudige tenlastelegging in een gesprek niet voldoende is. Als reden daarvoor draagt hij aan dat een dergelijke tenlastelegging niet altijd het misdrijf laster oplevert en dat is wat de wet vordert.6