De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.3.4:5.3.4 EU Kaderbesluit mensenhandel 2002 en EU Richtlijn mensenhandel 2011
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.3.4
5.3.4 EU Kaderbesluit mensenhandel 2002 en EU Richtlijn mensenhandel 2011
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS386204:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het EU Kaderbesluit mensenhandel van 2002 staat mensenhandel in artikel 1 omschreven. Deze omschrijving vertoont grote overeenkomst met het VN Protocol mensenhandel. Net zoals het protocol kent het kaderbesluit drie cumulatieve vereisten van mensenhandel. Daarbij worden precies dezelfde wervingshandelingen en beïnvloedingsmiddelen genoemd. Ten aanzien van het oogmerk van uitbuiting zijn minimale verschillen ten opzichte van het protocol. Zo is aanvankelijk niet opgenomen de op verwijdering van organen gerichte mensenhandel. Het kaderbesluit wordt later uitgebreid op dit punt.1 Verder voegt het kaderbesluit naast gedwongen ook verplichte arbeid toe als vorm van uitbuiting. Het verschil (als er een verschil is) wordt niet uitgelegd. En tot slot maakt het kaderbesluit – anders dan het protocol – expliciet melding van de exploitatie van pornografie. Materieel gezien heeft het kaderbesluit daarmee geen grotere reikwijdte dan het protocol aangezien de exploitatie van pornografie kan worden geschaard onder de in het protocol vermelde ‘andere vormen van seksuele uitbuiting’.
Het kaderbesluit uit 2002 is in 2011 vervangen door de EU Richtlijn mensenhandel. Daarbij is de mensenhandelbepaling enigszins aangepast. De richtlijn geeft de volgende definitie van mensenhandel.
Artikel 2
Het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van personen, daaronder begrepen de wisseling of overdracht van de controle over deze personen, door dreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, door ontvoering, bedrog, misleiding, machtsmisbruik of misbruik van een kwetsbare positie of het verstrekken of in ontvangst nemen van betalingen of voordelen, teneinde de instemming van een persoon te verkrijgen die controle heeft over een andere persoon, ten behoeve van uitbuiting.
Met een kwetsbare positie wordt een situatie bedoeld waarin de betrokkene geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.
Uitbuiting omvat ten minste uitbuiting van prostitutie van anderen, andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid of dienstverlening – bedelarij daaronder begrepen – slavernij en met slavernij vergelijkbare praktijken, dienstbaarheid, uitbuiting van strafbare activiteiten, en de verwijdering van organen.
De instemming van een slachtoffer van mensenhandel met de beoogde of daadwerkelijke uitbuiting is irrelevant indien een van de in lid 1 genoemde middelen is gebruikt.
De in lid 1 bedoelde handelingen die betrekking hebben op een kind zijn strafbaar als mensenhandel, ook al is geen van de in lid 1 genoemde middelen gebruikt.
Voor de toepassing van deze richtlijn betekent ‘kind’ of ‘minderjarige’ elke persoon beneden de leeftijd van 18 jaar.
Ook deze definitie komt sterk overeen met het VN Protocol mensenhandel. De drie cumulatieve vereisten komen terug, namelijk:
Een wervingshandeling: het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van personen, daaronder begrepen de wisseling of overdracht van de controle over deze personen;
Het gebruik van beïnvloedingsmiddelen: dreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, ontvoering, bedrog, misleiding, machtsmisbruik, misbruik van een kwetsbare positie of het verstrekken of in ontvangst nemen van betalingen of voordelen, teneinde de instemming van een persoon te verkrijgen die controle heeft over een andere persoon;
Het doel van uitbuiting: ten minste uitbuiting van prostitutie van anderen, andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid of dienstverlening, inclusief bedelarij, slavernij, met slavernij vergelijkbare praktijken, dienstbaarheid, uitbuiting van strafbare activiteiten en de verwijdering van organen.
De wervingshandelingen en beïnvloedingsmiddelen zijn identiek aan het protocol. In tegenstelling tot het kaderbesluit is in de richtlijn de gedwongen orgaandonatie als vorm van mensenhandel opgenomen. Die uitbreiding is niet bevreemdend, gelet op het VN Protocol mensenhandel en het na het kaderbesluit tot stand gekomen RvE Verdrag mensenhandel uit 2005. Beide verdragen plaatsen het gedwongen afstaan van organen onder mensenhandel. Anders dan het protocol en het kaderbesluit, brengt de richtlijn de uitbuiting van strafbare activiteiten onder de definitie van mensenhandel. Blijkens de preambule wordt gedoeld op de uitbuiting van mensen bijvoorbeeld om zich bezig te houden met zakkenrollen, winkeldiefstal, drugshandel en soortgelijke strafbare feiten waarmee financieel gewin is gemoeid. Ook al benoemt het protocol de uitbuiting van strafbare activiteiten niet specifiek, het protocol biedt wel ruimte om dergelijke uitbuitingspraktijken onder het mensenhandelbegrip te scharen. Het protocol geeft immers aan wat ‘ten minste’ valt onder uitbuiting. Bovendien zou de uitbuiting van strafbare activiteiten gezien kunnen worden als vorm van slavernij, daarmee te vergelijken praktijken, dienstbaarheid of gedwongen arbeid. Inhoudelijk gezien is het mensenhandelbegrip van de richtlijn hiermee dus niet ruimer dan het protocol.
Voorts benoemt de richtlijn gedwongen bedelarij nadrukkelijk als vorm van gedwongen arbeid. Het protocol zelf geeft geen voorbeelden van gedwongen arbeid, maar sluit niet uit dat gedwongen bedelarij eronder zou kunnen vallen – ervan uitgaande dat bedelarij als vorm van arbeid kan gelden.
Tot slot maakt de preambule van de richtlijn specifiek melding van illegale adoptie en gedwongen huwelijken als vormen van mensenhandel (indien de drie componenten aanwezig zijn). Deze begrippen zijn niet expliciet opgenomen in artikel 2 van de richtlijn. De aantekening in de preambule kan dan ook gezien worden als een verheldering (en geen verruiming) van het begrip mensenhandel.
Gelet op voorgaande opmerkingen, kom ik tot de conclusie dat de reikwijdte van het begrip mensenhandel in de EU Richtlijn mensenhandel overeenkomt met de reikwijdte van het VN Protocol mensenhandel. De wervingshandelingen en beïnvloedingsmiddelen zijn identiek. Het oogmerk van uitbuiting vertoont formeel minimale verschillen met het protocol, maar behelst materieelrechtelijk gezien geen onderscheid.