Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/4.3.4.6
4.3.4.6 Analyse geselecteerde bestuursrechtelijke deelgebieden
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701953:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bij adviezen aan het CBR in het kader van de geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen heb ik de tijdsperiode zo ruim mogelijk gemaakt, omdat daar minder rechtspraak over wordt gepubliceerd.
Zodoende is er voor ieder deelgebied een voldoende representatieve groepsgrootte (n=50) en nadert het totaal aantal uitspraken (n=150) het totaal aantal planschadeuitspraken.
In het kader van welstandsadviezen kan niet goed onderscheid worden gemaakt in integraal overnemen, overwegend overnemen en zwaarwegend afwijken, omdat er slechts één ‘smaak’ is; het bevoegd gezag volgt het welstandsadvies of volgt dit niet.
Om de invloed van het welstands-, rijgeschiktheids- en arbeidsongeschiktheidsadvies op de besluitvorming van het bevoegd gezag inzichtelijk te maken, heb ik dezelfde methode gehanteerd als voor planschadezaken. Dit betekent dat ik via rechtspraak.nl rechtbankuitspraken heb geanalyseerd waaruit blijkt of het bevoegd gezag het deskundigenadvies al dan niet aan het (bestreden) besluit ten grondslag heeft gelegd. De tijdsperiode heb ik daarbij (zoveel mogelijk) gelijk gehouden (1 januari 2018 – 1 januari 2022).1 Voor ieder deelgebied heb ik 50 rechtbankuitspraken geanalyseerd.2 De resultaten zijn hieronder weergegeven in de figuren 4, 5 en 6.
Uit de analyse blijkt dat het afwijkingspercentage verschilt per deelgebied. Zo week het UWV in 50 besluiten naar aanleiding van een aanvraag om een WIA-uitkering, niet één keer van het voorafgaand deskundigenadvies van de verzekeringsarts af (figuur 5). Het CBR week daarentegen relatief vaak (gedeeltelijk) af van het advies met betrekking tot de geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen (figuur 6). De invloed van het welstandsadvies houdt daartussen het midden (figuur 4). Dit onderzoek is niet de plaats om die verschillen sluitend te verklaren, maar indachtig de kennisparadox, schuilt een mogelijke verklaring in de mate waarin het advies uitsluitend vakspecialistische kennis bevat of juist ook aspecten bevat die het bevoegd gezag in het kader van de besluitvorming zelf kan (of moet) beoordelen. Op het totaal van 150 rechtbankuitspraken – verspreid over de drie delen van het bestuursrecht – is het afwijkingspercentage ongeveer 13%. Dat correspondeert met de situatie in het planschaderecht. Opnieuw mogen er aan deze – in omvang en methode beperkte – jurisprudentieanalyses geen al te harde conclusies worden verbonden. De vergelijking is veeleer indicatief en toont dat een grote invloed van het deskundigenadvies resoneert in andere delen van het bestuursrecht. In zoverre is de situatie in het planschade- en nadeelcompensatierecht dus niet ‘bijzonder’ of ‘uniek’.
Figuur 4: Bevoegd gezag en het welstandsadvies3
Figuur 5: Bevoegd gezag en het WIA-arbeids(on)geschiktheidsadvies
Figuur 6: Bevoegd gezag en het advies m.b.t. lichamelijke en geestelijke 'rijgeschiktheid'