Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/1.2:1.2 Het nieuwe onbewuste en biases
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/1.2
1.2 Het nieuwe onbewuste en biases
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111447:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het menselijk beslissings- en oordeelsvermogen (de menselijke geest) heeft een bewuste en een onbewuste variant. In de verhouding tussen het bewuste en het onbewuste zijn veel mensen geneigd het bewuste op een voetstuk te plaatsen.1 Wij hebben het gevoel dat overwegend ons bewuste onze beslissingen neemt, op basis van een rationele weging van informatie en met afweging van de relevante alternatieven. Het bewuste is vanuit die theoretische benadering het onderdeel van de menselijke geest dat een persoon intelligent en rationeel maakt.
Vanaf echter ongeveer de jaren zeventig van de vorige eeuw ontstaat een alternatieve wetenschappelijke benadering van de verhouding tussen het bewuste en het onbewuste. Deze benadering gaat niet langer ervan uit dat het bewuste onze beslissingen bepaalt, maar dat het onbewuste de scepter zwaait.2 Deze nieuwe wetenschappelijke benadering wordt het ‘nieuwe onbewuste’ genoemd. De karakterisering ‘nieuw’ onderscheidt deze benadering van de oude benadering van het onbewuste, zoals de benadering van Sigmund Freud en zijn ideeën over Ego, Id en Superego.3 Het nieuwe onbewuste geeft een andere invulling van het onbewuste. Psychologen, neurowetenschappers en filosofen brengen met behulp van (multidisciplinair) empirisch onderzoek het onbewuste in kaart. Deze wetenschappers concluderen dat een groot deel van onze beslissingen voornamelijk wordt ingegeven door het onbewuste.4 Zij geven hiervoor verschillende redenen.
Allereerst blijkt uit onderzoek dat de verwerkingscapaciteit van het onbewuste vele malen groter is dan de verwerkingscapaciteit van het bewuste deel van het menselijke beslissings- en oordeelsvermogen. Het bewuste kan simpelweg niet alle informatie verwerken.5 Een eenvoudig voorbeeld is de volgende situatie. Een man is in gesprek met iemand in een drukke ruimte. Hij kan zich goed concentreren op wat zijn gesprekspartner zegt en hij hoort de gesprekken om hem heen vrijwel niet. Totdat iemand in een gesprek achter hem zijn naam laat vallen. Dat hoort hij ineens wel. Het is zijn onbewuste dat onbewust alle gesprekken om hem heen ‘opnam’ en zijn bewuste prikkelde toen de persoon achter hem zijn naam noemde. Ten tweede blijkt uit onderzoek dat het onbewuste vaak al een beslissing heeft genomen ver voordat het bewuste de beslissing neemt of voordat het bewuste denkt de beslissing te hebben genomen.6
Ik sluit mij aan bij de benadering van het nieuwe onbewuste. Allereerst vanwege het overweldigende empirische bewijs dat is gevonden voor de stelling dat het onbewuste de scepter zwaait. Ten tweede lijkt deze benadering een lange levensduur gegeven, mede doordat het onderzoek in verschillende wetenschappelijke disciplines wordt uitgevoerd. Deze multidisciplinariteit was niet aan de orde bij oude stromingen zoals het Freudiaans onbewuste. Deze argumenten rechtvaardigen dat ik in deze dissertatie het nieuwe onbewuste als uitgangspunt neem.
Er bestaat discussie over de vraag wat de reikwijdte is van het bewuste binnen het menselijke beslissings- en oordeelsvermogen. Zo menen sommige wetenschappers, zoals Wegner, dat het bewuste helemaal geen rol speelt. Anderen, zoals Baumeister en Mele, menen dat het bewuste wel degelijk naast het onbewuste nog een rol speelt. Ik plaats mij in deze dissertatie buiten deze discussie, omdat de wetenschappers binnen de discussie het er in ieder geval over eens zijn dat het onbewuste een invloed heeft. Daar draait het in deze dissertatie om. Ik ga ervan uit dat zowel het onbewuste als het bewuste beslissingen en oordelen beïnvloeden. Hoevéél invloed welk deel heeft, bespreek ik hier niet.
Binnen het nieuwe onbewuste richt ik mij op de invloed van biases. Biases definieer ik als de systematische ongewenste invloeden in de besluit- en oordeelsvorming, die voortkomen uit de menselijke geest (bestaande uit het bewuste en het onbewuste), maar niet altijd als zodanig onderkend worden omdat de mens zich niet bewust is van deze invloeden. Biases zijn namelijk denkfouten die bijna altijd voortkomen uit het onbewuste. Een voorbeeld van een bias is een vooroordeel. Biases vormen een onderdeel van de bredere categorie ‘cognitieve denkfouten’. Onder deze categorie vallen enerzijds systematische bewuste vergissingen en anderzijds de systematisch (grotendeels) onbewuste vergissingen (de biases). Inherent aan biases is dat ieder mens hierdoor wordt beïnvloed. In verhouding tot heuristieken zijn biases de invloeden op oordelen en heuristieken zijn hierbij een van de processen die tot biases leiden. Heuristieken zijn bijvoorbeeld handige ezelsbruggetjes, vuistregels, gezond verstand en intuïtie. Zowel biases als heuristieken komen verspreid in deze dissertatie aan bod. Binnen mijn definitie van biases vallen heuristieken, maar biases beperk ik niet tot heuristieken.
De invloed van biases kan (binnen een andere definitie) evenzeer positief zijn. Zo zorgt het onder meer ervoor dat beslissingen sneller kunnen worden genomen. Dat is in sommige gevallen, bijvoorbeeld bij het vormen van een eerste indruk van iemand of bij autorijden, vrij nuttig. Juist echter bij de taakuitoefening door bestuurders, commissarissen en rechters zijn besluit- en oordeelsvorming zo cruciaal dat onbewuste beïnvloeding door biases ongewenst is. De invloed van biases kan afbreuk doen aan de zuiverheid van de besluit- en oordeelsvorming door bestuurders, commissarissen en rechters. Dit is dan ook de reden dat ik in deze dissertatie de invloed van biases in de boardroom en raadkamer onderzoek.