Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/2.6.3
2.6.3 Gemengd bestuur
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400751:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Jans e.a. 2011, p. 26 e.v.; Jacobs, Den Ouden & Verheij 2008, p. 155; Jans e.a. 2007, p. 29. Zie hieromtrent ook Schrindorf-Haubold 2005A, p. 38, voetnoot 160.
Kahl 1996, p. 373; Schmidt-A1 mann 1996, p. 292; Kadelbach 1999, p. 19; Priebe 1999, p. 97; Galetta 2001, p. 69 e.v.; Schrindorf-Haubold 2005A, p. 38 e.v.; Schrindorf-Haubold 2005B, p. 26; Aangetekend zij dat Schrindorf-Haubold in de laatstgenoemde publicatie aan de term Gemeinsame Verwaltung een andere betekenis geeft dan gebruikelijk in de Duitse literatuur. Op pagina 39 schrijft zij: 'Diese definition (van Gemeinsame Verwaltung, JEvdB) orientiert sich weiter am Trennungsgrundsatz und der Unterscheidung der beiden Ebenen der gemeinschaftlichten sowie der nationalen Verwaltung. Dies ist jedoch nicht der richtige Bezugspunkt für eine Typisierung Gemeinsamer Verwaltung.' Op pagina 41 komt zij tot een eigen definitie. Het gaat om een 'verwaltungsorganisatorischer Begriff für eine bestimmte Erscheinungsform von Verwaltung (...), bei der sachliche Entscheidungen im Zusammenwirken von europaïschen und mitgliedstaatlichen Verwaltungen getroffen werden, so daB sich die Kooperationsbeziehungen nicht mehr eindeutig einer der Schichten des direkten oder indirekten Vollzugs zuordnen lassen.' Met het onderscheid tussen 'direkten' en 'indirekten Vollzug' wordt geduid op het verschil tussen uitvoering door de Europese Commissie en uitvoering door nationale uitvoeringsorganen. Volgens Schl5nclorfHaubold is dit onderscheid bij de structuurfondsen niet langer te maken. Zie voorts ook Schöndorf-Haubold 2011, p. 25-26, waarin zij spreekt van 'Common European administration'. Zie hieromtrent ook Schmidt-ABmann 2006, p. 252.
Schöndorf-Haubold 2005A, p. 43-44.
Jans e.a. 2007, p. 29.
Schöndorf-Haubold 2005A, p. 29 en 40. Zie ook Schmidt-A13mann 2004, p. 404.
Jans e.a. 2011, p. 28; Jans e.a. 2007, p. 29-30.
Jans e.a. 2011, p. 27-28; Schöndorf-Haubold 2005A, p. 38-39 e.v.; Schmidt-ABmann 2002, p. 1378.
De praktijk dat het bestuur door nationale uitvoeringsorganen en de Europese Commissie zo nauw met elkaar samenhangt dat het bijna niet mogelijk is om een duidelijke grens aan te brengen in hun respectievelijke taken, wordt in de Nederlandse literatuur geduid met de term gemengd bestuur1 en in de Duitse literatuur met de termen 'Gemeinsame europaïsche Verwaltung' of 'Mischverwaltung'.2 Het gaat daarbij om een species van het gedeeld bestuur. De in de vorige paragraaf genoemde verdergaande vormen van gedeeld bestuur zijn al snel te kwalificeren als gemengd bestuur. Volgens Schöndorf-Haubold biedt het gemengd bestuur een oplossing voor de tegengestelde belangen van de Europese Commissie en de lidstaten.3 Enerzijds is de Europese Commissie afhankelijk van de lidstaten om het Eu-recht uit te voeren, doch wenst de Europese Commissie dat het Eu-recht in alle lidstaten op dezelfde manier wordt uitgevoerd. Anderzijds zijn de lidstaten niet genegen om hun autonomie bij de uitvoering van het Eu-recht zomaar uit handen te geven. Samenwerking in de vorm van gemengd bestuur is het middel om deze tegenstellingen met elkaar te verbinden. Dit betekent echter niet dat deze samenwerking geen juridische knelpunten kent. Gemengd bestuur heeft een complex systeem van besluitvorming op zowel Europees niveau als nationaal niveau tot gevolg.4 Zo is het lastig na te gaan wie de initiatiefnemer van een bepaald besluit is, omdat het besluit is samengesteld uit componenten die zijn te herleiden tot verschillende Europese en nationale bestuurslagen.5 Denk bijvoorbeeld aan het geval waarin een nationaal uitvoeringsorgaan een Europese subsidie terugvordert onder meer op basis van door de Europese Commissie uitgevoerde controles. Het gevolg hiervan is dat niet altijd duidelijk is bij welk orgaan de verantwoordelijkheid ligt, hetgeen complexe vraagstukken tot gevolg heeft, bijvoorbeeld op welk niveau rechtsbescherming openstaat.6 De uitvoering van de structuurfondsen wordt zowel in de Nederlandse als Duitse juridische literatuur als een voorbeeld van gemengd bestuur beschouwd.7 Zoals in de volgende hoofdstukken zal blijken vertonen de overige Europese subsidieregelingen die in dit onderzoek centraal staan sterke overeenkomsten met de structuurfondsen. Gelet hierop, kan de uitvoering daarvan eveneens als een vorm van gemengd bestuur worden aangemerkt.