Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/6.3.3:6.3.3 Het oordeel van een andere rechter als informatiebron voor de ondernemingskamer
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/6.3.3
6.3.3 Het oordeel van een andere rechter als informatiebron voor de ondernemingskamer
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS197016:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. nr. 195.
OK 21 maart 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9691, ARO 2013/65 (Spebio), r.o. 3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[205] Als de afstemmingsregel in een concrete enquêteprocedure niet toepasselijk is, dan kan het oordeel van een andere rechter toch van belang zijn in die enquêteprocedure. Het oordeel van de andere rechter – al dan niet in een eindvonnis, in een dictum, in kracht van gewijsde – kan een indicatie inhouden over de rechtspositie van de wederpartij van de rechtspersoon. Voor de enquêterechter die zich een voorstelling van die rechtspositie wil maken is dat oordeel daarom een bron van informatie.1 Naarmate de andere rechter zich concreter heeft uitgelaten over die rechtspositie, biedt zijn uitspraak de Ondernemingskamer meer houvast.
[206] Zo’n oordeel van een andere rechter waar de Ondernemingskamer informatie aan kan ontlenen, kan ook een arbitrale uitspraak zijn. Uit haar beschikking in de zaak Spebio valt af te leiden dat de Ondernemingskamer acht slaat op arbitrale uitspraken over (tekortkomingen in de nakoming van) contractuele verplichtingen.2
[207] In nr. 10 is opgemerkt dat de rechtspersoon er belang bij heeft dat de Ondernemingskamer een zo goed mogelijk beeld krijgt van de positie van de wederpartij. Vanuit dat oogpunt doet de rechtspersoon er goed aan om de Ondernemingskamer op zo’n uitspraak van een andere rechter te wijzen, ook als die uitspraak hem onwelgevallig is. Bij de onmiddellijke voorziening zijn ook de verzoeker en mogelijk belanghebbenden betrokken. Die kunnen belang hebben bij kennisneming door de Ondernemingskamer van een oordeel van een andere rechter. Maar voor die partijen valt dat in het algemeen niet te zeggen. Onder omstandigheden kan zo’n partij het juist in zijn belang achten om de Ondernemingskamer over de rechtspositie van de wederpartij in het ongewisse te laten.