Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/1.7.2:1.7.2 Derde in het burgerlijk procesrecht
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/1.7.2
1.7.2 Derde in het burgerlijk procesrecht
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS198046:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[45] Het burgerlijk procesrecht kent eveneens de derde.1 Het is, ruwweg, degene die niet procespartij is, de buitenstaander ten opzichte van de procedure.2 Hierna zal blijken dat een partij, die in het enquêterecht juist niet pleegt te worden aangeduid met derde, in procesrechtelijke zin heel goed derde kan zijn. In het enquêterecht zijn de figuren, die betrokken zijn bij de organisatie van de rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:8 lid 1 BW, geen derden. Als de rechtspersoon verwikkeld is in een procedure, en die figuren zijn geen partij in die procedure, zijn ze ‘derde’ in procesrechtelijke zin.