Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/992
EEX-Verordening. Rechterlijke bevoegdheid; geschillen over individuele arbeidsovereenkomsten; tegenvordering van werkgever die wordt opgeroepen voor gerecht van lidstaat waar hij woonplaats heeft; ‘tegenvordering’ als bedoeld in art. 20 lid 2.
HvJ EU 21-06-2018, ECLI:EU:C:2018:478 (Petronas Lubricants Italy)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
21 juni 2018
- Magistraten
L. Bay Larsen, J. Malenovský, M. Safjan, D. Šváby, M. Vilaras
- Zaaknummer
C-1/17
- Conclusie
A-G Y. Bot
- Roepnaam
Petronas Lubricants Italy
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2018:478, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 21‑06‑2018
ECLI:EU:C:2018:163, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 07‑03‑2018
- Wetingang
Art. 20 Brussel I
Essentie
Petronas Lubricants Italy SpA tegen Livio Guida.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Corte dáppello di Torino (Italië) bij beslissing van 21 december 2016. EEX-Verordening.
Rechterlijke bevoegdheid; geschillen over individuele arbeidsovereenkomsten; tegenvordering van werkgever die wordt opgeroepen voor gerecht van lidstaat waar hij woonplaats heeft; ‘tegenvordering’ als bedoeld in art. 20 lid 2.