Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/995
Verordening Brussel IIbis. Bevoegdheid inzake ouderlijke verantwoordelijkheid; gewone verblijfplaats van een kind in de zin van art. 8 lid 1; zuigeling; maatstaf; beslissende omstandigheden.
HvJ EU 28-06-2018, ECLI:EU:C:2018:513 (HR)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
28 juni 2018
- Magistraten
J.L. da Cruz Vilaça, E. Levits, A. Borg Barthet, M. Berger, F. Biltgen
- Zaaknummer
C-512/17
- Conclusie
A-G N. Wahl
- Roepnaam
HR
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2018:513, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 28‑06‑2018
- Wetingang
Art. 8 Brussel IIbis
Essentie
HR in tegenwoordigheid van KO e.a.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door Sąd Rejonowy Poznań-Stare Miasto w Poznaniu (rechter in eerste aanleg Poznań-Stare Miasto, Polen) bij beschikking van 16 augustus 2017.
Verordening Brussel IIbis. Bevoegdheid inzake ouderlijke verantwoordelijkheid; gewone verblijfplaats van een kind in de zin van art. 8 lid 1; zuigeling; maatstaf; beslissende omstandigheden.
Art. 8 lid 1 van Verordening Brussel IIbis moet aldus worden uitgelegd dat de gewone verblijfplaats van een kind in de zin van die verordening overeenkomt met de plaats waar zich in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.