Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/11.1
11.1 Inleiding
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS350963:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hof ’s-Hertogenbosch 1 mei 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5200; Hof Arnhem-Leeuwarden 15 oktober 2013, JIN 2014/8 m.nt. J. van der Kraan en JOR 2014/3 m.nt. S.M. Bartman en X.D. van Leeuwen (Kampschöer/Le Roux Fruit Exporters); Hof Arnhem- Leeuwarden 2 september 2014, JOR 2014/295 m.nt. J. van Bekkum (Goedewaagen); Hof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2014, JOR 2015/32 m.nt. M. Holtzer (Meepo); Hof Arnhem-Leeuwarden 25 november 2014, JOR 2015/3 m.nt. J. van Bekkum (De Vries Yacht- en Interieurbouw); Hof ’s-Hertogenbosch 17 februari 2015, JOR 2016/25 (Aerts Europa); Rb. Overijsel 24 juni 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:3364; Rb. Rotterdam 22 juli 2015, RO 2015/70 (Antaser/Tima); Rb. ’s-Gravenhage 16 september 2015, JOR 2016/3 m.nt. J. Roest; Hof ’s-Hertogenbosch 29 september 2015, JIN 2015/200 m.nt. E. Baghery; Hof Amsterdam 9 februari 2016, JOR 2016/123 m.nt. S.M. Bartman; Hof Amsterdam 12 april 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1430; Hof ’s-Gravenhage 13 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2619.
Bulten & Leijten 2013, p. 166.
Zie hierover: Westenbroek 2014.
Zie: HR 28 april 2000, NJ 2000, 411 en JOR 2000/128 (Montedison) en HR 14 maart 2008, NJ 2008, 466 m.nt. J.M.M. Maeijer en H.J. Snijders en JOR 2008/152 m.nt.Y. Borrius (Lammers/Aerts).
HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:275 (Kampschöer/Le Roux Fruit Exporters) in cassatie op Hof Arnhem-Leeuwarden 15 oktober 2013, JIN 2014/8 m.nt. J. van der Kraan en JOR 2014/3 m.nt. S.M. Bartman en X.D. van Leeuwen (Kampschöer/Le Roux Fruit Exporters). Zie voorts: Rb. Arnhem 14 december 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BV0508 (Kampschöer/Le Roux Fruit Exporters).
Er is de afgelopen jaren een behoorlijk aantal uitspraken gewezen betrekking hebbende op de doorbraak van aansprakelijkheid ex art. 2:11 BW.1 De bepaling wordt gezien als een lastige2 waarover verschillende onduidelijkheden bestaan. In het verleden bijvoorbeeld over de vraag of de feitelijk beleidsbepaler ex art. 2:138/248 lid 7 BW3 onder de werking van art. 2:11 BW viel. De Hoge Raad heeft die discussie al enige tijd geleden beslecht door te beslissen dat (i) de aansprakelijkheid die art. 2:11 BW op de bestuurder van de aansprakelijke rechtspersoon legt, alleen op de formele bestuurder rust en niet op degene die het beleid van de aansprakelijke rechtspersoon (mede) heeft bepaald en (ii) wanneer een rechtspersoon als feitelijk beleidsbepaler ex art. 2:138/248 lid 7 BW kan worden aangemerkt, de formele bestuurders van die rechtspersoon wel onder de werking van art. 2:11 BW vallen.4 Er bestond ook lang onduidelijkheid over de vraag of art. 2:11 BW wel of niet van toepassing is op aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder die niet voortvloeit uit een wettelijke bepaling die specifiek betrekking heeft op de uitoefening van taken als bestuurder. Meer specifiek bestond in dat verband de vraag of art. 2:11 BW van toepassing is op zogenoemde externe bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 6:162 BW van de rechtspersoon-bestuurder. Op 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad in de zaak Kampschöer/Le Roux Fruit Exporters geoordeeld dat dit wel het geval is.5 In dit hoofdstuk ga ik daar nader op in. Ik sta daarbij stil bij de bewaarnemersrol van de bestuurder, de ernstigverwijtmaatstaf, de stelplicht- en bewijslastverdeling en het toerekeningsleerstuk. Daarnaast zal in dit hoofdstuk aandacht worden besteed aan de positie van de rechtspersoon-bestuurder als aansprakelijke partij en de mogelijkheid van disculpatie van de rechtspersoon-bestuurder onder art. 2:11 BW.