Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/5.4:5.4 Exorbitante bevoegdheidsgrond?
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/5.4
5.4 Exorbitante bevoegdheidsgrond?
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434207:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1999/00, 26855, nr. 3, p. 43 (MvT).
H. van Houtte, 'Enkele kritische kanttekeningen bij de regeling van rechtsmacht zoals opgenomen in het Voorontwerp tot aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering', /V/PR-Speciale aflevering 1994, p. 74.
Kamerstukken II 1999/00, 26 855, nr. 3, p. 43 (MvT).
Met uitzondering van de afdelingen 3, 4 en 6 van hoofdstuk II van de EEX-Verordening (art. 35 lid 1 EEX-Vo).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de toepassing van art. 9 sub b en c Rv bestaat het gevaar dat de basis voor rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het buitenland als te mager wordt beschouwd. Het forum necessitatis is niet gebaseerd op het bestaan van een nauwe band tussen geschil en forum, maar op het gegeven dat het voor de aanlegger van een procedure onmogelijk is om in het buitenland te procederen dan wel van hem niet gevergd kan worden zich tot een buitenlands gerecht te wenden. Daaraan doet niet af dat art. 9 sub c Rv de aanvullende voorwaarde van verbondenheid stelt, nu blijkens de Memorie van Toelichting hieraan al is voldaan zodra de eiser hier te lande woonplaats heeft.1 Het een en ander heeft tot gevolg dat een op basis van forum necessitatis gewezen Nederlandse beslissing in het buitenland het risico van niet-erkenning loopt.2 Voor de aanlegger is het risico van niet-erkenning echter een bezwaar dat hij zal kunnen afwegen tegen de bezwaren die voor hem verbonden zijn aan het geheel verstoken blijven van een rechterlijke uitspraak in zijn zaak.3 Hierbij past echter de volgende kanttekening. Binnen de lidstaten van de Europese Unie verloopt de erkenning en tenuitvoerlegging van vermogensrechtelijke beslissingen volgens de EEX-Verordening. Als regel geldt dat onder de EEX-Verordening in de fase van erkenning en tenuitvoerlegging geen toetsing van de rechtsmacht plaatsvindt.4 Dit betekent dat een op basis van art. 9 sub b of c Rv verkregen beslissing van de Nederlandse rechter in andere lidstaten zonder problemen in aanmerking zal komen voor erkenning en, in voorkomend geval, tenuitvoerlegging.