Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/29.3
29.3 Inbedding van de boeteregeling in Awb
mr. dr. C.L.G.F.H. Albers, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. C.L.G.F.H. Albers
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Albers 2002, p. 30 e.v en 408 e.v.
Geestelijk vader van de bestuurlijke boete, A. Mulder, had als voorzitter van de Commissie vereenvoudigde afdoening lichte overtredingen van verkeersvoorschriften in zijn rapport aan de Minister van Justitie betoogd dat van een ‘criminal charge’ geen sprake was (zie Kamerstukken II 1987/88, 20329, 3, p. 26-27).
Het gaat onder meer om het nullum crimen sine lege-beginsel, het nulla poena sine lege-beginsel en het lex certa-beginsel. Zie m.b.t. het lex certa-beginsel bijv. ABRvS 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1236.
Zie voor een kritische beschouwing Albers 2002, p. 151 e.v.
De bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie, zij maakt – zo heb ik eerder betoogd – deel uit van het strafrecht in ruime zin1, en wordt zoals hiervoor is aangegeven door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens aangemerkt als een ‘criminal charge’ (‘strafvervolging’).2 Dat de oplegging van een bestuurlijke boete moet worden aangemerkt als een ‘criminal charge’ brengt met zich dat de fundamentele straf(proces)rechtelijke waarborgen uit artikel 6 en 7 EVRM in acht genomen moeten worden bij de oplegging van deze bestuursrechtelijke (bestraffende) sanctie. Het gaat dan bijvoorbeeld om het legaliteitsbeginsel (dat zich binnen het strafrecht in diverse vormen manifesteert),3 de onschuldpresumptie en het verbod op (gedwongen) zelfincriminatie. In de Vierde tranche van de Awb zijn deze waarborgen (tot op zekere hoogte) verankerd.4
29.3.1 Het uniform bestuursprocesrecht, bestuurlijke boetes en rechtsbescherming3.2 Bewijs bij bestuurlijke boetes29.3.3 Verduidelijking in de conclusie van AG Keus?