Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/7.2.1.1
7.2.1.1 Opstal leidingen/nutsvoorzieningen
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS617283:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook het vorige hoofdstuk, par. 6.4.1.3.
Wanneer de leiding op basis van een BP-recht was gevestigd werd de code `BP' gebruikt. Tevens komt voor dat leidingen in de kadastrale registratie werden aangemerkt met de code `Tw' als het een telecomnetwerk betrof.
De betekenis van de code 'OL' is vanaf 2002 uitgelegd als 'opstal nutsvoorzieningen' omdat niet alleen voor leidingen, maar ook voor trafo's en septictanks de betreffende opstalrechten werden gevestigd. Het verschil tussen de code BP en OL was dat bij BP sprake was van een nutsvoorziening. OL werd alleen voor privaatrechtelijke leidingen gehanteerd.
De figuur van non-uses is niet in het NBW overgenomen. Hiervoor in de plaats is artikel 3:106 BW opgenomen: wanneer de verjaring van de rechtsvordering van een beperkt gerechtigde tegen de hoofdgerechtigde tot opheffing van een met het beperkt recht strijdende toestand wordt voltooid, gaat het beperkte recht teniet, voor zover de uitoefening door die toestand is belet.
Louwman 2003a.
Netten werden in het verleden veelal door vestiging van het recht van opstal, dan wel het BP-recht1 zichtbaar in de openbare registers en kadastrale registratie. In de notariële akte werden de percelen genoemd waarop genoemde zakelijke rechten gevestigd werden. Als omschrijving in de akte werd vanaf 1 januari 1992 veelal opgenomen dat het een opstalrecht ten behoeve van leidingen betrof, inclusief allerlei aanhorigheden zoals meetkastjes, pompkasten e.d. In de kadastrale registratie werd bij de betreffende percelen een code (OL)2 geplaatst, als teken dat een leiding in het perceel aanwezig was.3 Wanneer achter de betreffende code een 'D' was geplaatst dan was kenbaar dat niet het volledige perceel, maar slechts een gedeelte van het perceel belast was met het betreffende opstal- of BP-recht. Het feit dat het niet het volledige perceel, maar een gedeelte ervan betrof, was geen aanleiding om een nieuw perceel te vormen. Tevens was voor wijziging van het recht in de kadastrale registratie (ook wel bijhouding genoemd) geen voorafgaande meting (in het veld) noodzakelijk (conform artikel 6, derde lid Kadasterbesluit).
Ondanks de mogelijkheid om in de kadastrale registratie aan te geven dat een opstal-of BP-recht op een gedeelte van het perceel drukt, was het niet zo dat wanneer een dergelijke vermelding (code + 'D') er niet stond het recht altijd het gehele perceel besloeg. In tegendeel, vaak bleek dat juridisch weliswaar een gedeelte van het perceel was bezwaard, maar dat administratief gezien toch het hele kadastrale perceel bezwaard leek. Er zijn diverse redenen die deze zogenaamde 'vervuiling' hebben veroorzaakt zoals onder meer het ontbreken van een geldige titel bij overdracht, verjaring of besmetting. Bij ontbreken van een geldige titel moet gedacht worden aan de situatie dat in de akte van levering het gedeelte dat volgens de bedoeling van partijen bezwaard was, groter werd weergegeven dan dat het daadwerkelijk was. Voor het gedeelte dat onbedoeld was opgenomen in de akte heeft de akte van levering geen rechtsgevolg. Bij verjaring moet gedacht worden aan de situatie die zich vóór 1992 kon voordoen, zijnde dat een BP-recht verjaarde indien het 30 jaar of langer niet uitgeoefend was (tenietgaan door non usus).4 Dit tenietgaan werd doorgaans niet ingeschreven in de openbare registers en dus ook niet in de kadastrale registratie vermeld. Bij besmetting moet gedacht worden aan het geval dat een gedeelte van een met BP-recht bezwaard perceel was overgedragen, zonder dat een grondig onderzoek werd verricht of het BP-recht dan nog wel op het afgesplitste perceel drukte. Zekerheidshalve werd dan toch in de akte vermeld dat het afgesplitste gedeelte van het perceel met een BP-recht was belast.5
Potentiële verkrijgers van een perceel dat bezwaard (of 'vervuild') is met een opstal- of BP-recht zullen doorgaans precies willen weten op welk gedeelte van het perceel de bezwaring rust. Om een zo duidelijk mogelijk beeld te scheppen over de rechtstoestand van een perceel, alsmede vele misverstanden bij of vragen van potentiële verkrijgers te voorkomen, is het zeer wenselijk dat opstal- en BP-gerechtigden hun administratie regelmatig vergelijken met de kadastrale registratie zodat opschoning van de kadastrale registratie kan plaatsvinden. Door middel van inschrijving6 van een akte van waardeloosheid (artikel 35 Kw) of een akte van afstand, inclusief een lijst met de niet (meer) bezwaarde percelen kan de kadastrale registratie worden opgeschoond.