De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/4.2.1.4:4.2.1.4 Wetboek van Koophandel van 1928: de intrede van de agenda
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/4.2.1.4
4.2.1.4 Wetboek van Koophandel van 1928: de intrede van de agenda
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649801:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 96 en 97 Ontwerp Kist en de toelichting op art. 81 Ontwerp Kist (Belinfante 1890, p. 106).
Kamerstukken II 1871/72, 65, nr. 4, p. 2231.
Eerst in het Gewijzigd Ontwerp werd in art. 43g toegevoegd de mogelijkheid om bij de oproeping mede te delen dat de aandeelhouders ten kantore van de vennootschap kennis kunnen nemen van de agenda. Zie Kamerstukken II 1926/27, 27, nr. 1, p. 2, nr. 2, p. 7 en nr. 3, p. 14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eerst onder het WvK 1928 werd een tijdige aankondiging van de agenda (door middel van de oproeping) een voorwaarde voor rechtsgeldige besluitvorming van de algemene vergadering. Art. 43g WvK, de voorloper van het huidige art. 2:114 BW/2:224 BW, luidt:
“Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld of wordt medegedeeld, dat de aandeelhouders er ten kantore van de vennootschap kennis van kunnen nemen. Omtrent onderwerpen, ten aanzien waarvan zulks niet is geschied en welker behandeling niet alsnog op overeenkomstige wijze is aangekondigd met inachtneming van den voor de oproeping gestelden termijn, kan niet wettiglijk worden besloten, tenzij het besluit met algemeene stemmen wordt genomen in eene vergadering, waarin het geheele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.”
De ontwikkeling van art. 43g WvK 1928 is een interessante. Het Ontwerp Jolles bepaalt in art. 35 lid 3 en lid 4 dat de punten van behandeling in de aankondiging (oproeping) worden vermeld, en dat omtrent de onderwerpen die niet op deze wijze aangekondigd worden geen besluit kan worden genomen. Art. 35 lid 3 en lid 4 van het Ontwerp Jolles en art. 43g WvK 1928 hebben aldus eenzelfde strekking: besluitvorming buiten de agenda om is in beginsel niet mogelijk. Het is daarom opmerkelijk dat het tussenliggende ontwerp, het Ontwerp Kist, het tegenovergestelde uitgangspunt neemt. Namelijk dat besluitvorming buiten de agenda om wel mogelijk is. Art. 81 van het Ontwerp Kist luidt, voor zover relevant:
“De te behandelen onderwerpen worden daarbij [de oproeping, EB] vermeld (…). Een besluit tot het verleenen van décharge aan het bestuur kan niet worden genomen, zoo het niet bij de oproeping vermeld is, tenzij alle aandeelhouders in de vergadering tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn.”
Hoewel volgens het Ontwerp Kist eveneens de te behandelen onderwerpen bij de oproeping moeten worden vermeld, heeft het niet-vermelden ten aanzien van nagenoeg alle besluiten geen gevolgen. Het enige besluit dat zonder voorafgaande aankondiging in beginsel niet genomen kan worden, is het déchargebesluit. Als verklaring daarvoor geeft de staatscommissie dat de in het Ontwerp Kist opgenomen vordering tot aansprakelijkstelling van een bestuurder of commissaris, waaraan décharge is verleend, niet kan worden ingesteld door een aandeelhouder die afwezig was in de vergadering waarin de décharge werd verleend.1 Elke aandeelhouder moet er daarom van op de hoogte kunnen zijn als in een vergadering over het verlenen van décharge gestemd wordt. Het zonder tijdige aankondiging niet kunnen nemen van het déchargebesluit werkt voor het bestuur als stok achter de deur om alle aandeelhouders over de voorgenomen besluitvorming omtrent het verlenen van décharge te informeren. Waarom het Ontwerp Kist voor rechtsgeldige besluitvorming over de overige onderwerpen geen tijdige aankondiging van het te behandelen onderwerp in de agenda vereist, is niet meteen duidelijk. Waarschijnlijk schuilt de verklaring in de vrees dat de aandeelhouders door zulk een bepaling het ongeschreven recht van amendement (waarover par. 2.4.4) zouden verliezen. De Commissie van Rapporteurs voor het Ontwerp Jolles uit deze zorg namelijk bij art. 35 lid 4 van dat ontwerp.2 In dat artikel staat, zoals gezegd, dat besluitvorming omtrent onderwerpen die niet bij de oproeping zijn aangekondigd niet mogelijk is. De gedachtegang van de Commissie van Rapporteurs is klaarblijkelijk dat art. 35 lid 4 (jo lid 3) Ontwerp Jolles ertoe leidt dat over een te behandelen onderwerp slechts exact dat besluit genomen kan worden dat in de oproeping is aangekondigd. Zodra ter vergadering een amendement op het voorgestelde besluit wordt aangenomen, is rechtsgeldige besluitvorming reeds uitgesloten. Deze opvatting gaat naar mijn mening uit van een verkeerd begrip van de term ‘onderwerp’, waarover par. 2.2.2.3. In de toelichting op art. 45e Ontwerp Nelissen, wat later art. 43g WvK 1928 zou worden, schrijft de minister vervolgens dat het toch wenselijk is om in de wet als uitgangspunt te bepalen dat geen enkel besluit genomen kan worden zonder voorafgaande aankondiging in de oproeping.3 Het is voor aandeelhouders namelijk van het grootste gewicht om tijdig bekend te zijn met de te behandelen onderwerpen. Ook al is slechts één aandeelhouder afwezig, dan weet men niet of hij naar de vergadering zou zijn gekomen, indien hij met de agenda bekend was geweest, aldus de minister.4 De lijn van art. 81 Ontwerp Kist wordt hiermee nadrukkelijk verlaten.
Van belang is dat de voorheen zo goed als almachtige algemene vergadering door art. 43g WvK 1928 sterk aan banden wordt gelegd.5 Sinds het WvK 1928 is het wettelijk uitgangspunt immers dat de algemene vergadering geen wettige besluiten kan nemen buiten de tijdig verspreide agenda om. De vraag wie de agenda vaststelt, wordt daarmee ineens relevant.