Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/5.9
5.9 Preventieve remedies voorgeschreven – nog twee voorbeelden
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692240:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.
Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van consumentenbelangen. De Richtlijn wordt met ingang van 25 juni 2023 ingetrokken door Richtlijn 2020/1828 van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22.
Zie daarvoor Wilman 2014/5.2
Richtlijn 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG.
260. Zowel de toepassing van de rechtsbeschermingsrichtlijnen uit het aanbestedingsrecht als de toepassing van de Richtlijn oneerlijke bedingen dwingt tot de beschikbaarheid van remedies die ook preventief werken. Het kost niet veel moeite om ook in andere Unierechtelijke regels aanwijzingen te vinden dat een preventieve remedie binnen het Unierecht de voorkeur verdient. Ik noem die voorbeelden omdat het onderzoek er mede is op gericht is vast te stellen of er een aanspraak op een preventieve remedie bestaat. Die voorbeelden zijn vanzelfsprekend niet uitputtend bedoeld.
261. Een duidelijk (ander) voorbeeld van een Unierechtelijk kader waaruit de noodzaak van een preventieve beschikbaarheid van remedies volgt, biedt de IE-Handhavingsrichtlijn.1 De considerans van die Richtlijn benadrukt dat de lidstaten moeten voorzien in voorlopige maatregelen om een inbreuk onmiddellijk te kunnen doen ophouden (achter 22) en dat er verbodsmaatregelen beschikbaar moeten zijn om nieuwe inbreuken op IE-rechten te voorkomen (achter 24). In art. 3 lid 1 van de Richtlijn is vervolgens opgenomen dat de lidstaten de maatregelen, procedure en rechtsmiddelen dienen vast te stellen om de handhaving van IE-rechten te waarborgen. Dat de beschikbaarheid van een preventieve actie vereist is volgt onmiskenbaar uit art. 9 lid 1 onder a van de Richtlijn: tegen vermeende inbreukmakers moet een bevel kunnen worden uitgevaardigd om een dreigende inbreuk op een IE-recht te voorkomen of voortzetting daarvan de staken. Dat bevel kan zelfs worden gegeven zonder de wederpartij te horen, indien uitstel ‘onherstelbare schade’ voor de rechthebbende zou veroorzaken (art. 9 lid 4). Deze ex-parte voorziening is in Nederland geïmplementeerd in art. 1019e Rv. Het belang ervan is evident: schade door een dreigende inbreuk wordt op deze manier voorkomen. Daarmee is ook duidelijk dat naleving van de regels een belangrijke preventieve component heeft, die zelfs zo ver gaat dat een voorziening kan worden getroffen zonder in eerste instantie de wederpartij van de verzoeker te horen.
262. Een ander voorbeeld dat duidelijk maakt dat preventieve remedies als noodzakelijk worden gezien voor de daadwerkelijke handhaving van bepaalde delen van het Unierecht biedt de Richtlijn betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen.2 Die Richtlijn heeft betrekking op de collectieve behartiging van de consumentenbelangen. Het voert te ver om hier uitvoerig op de achtergronden en de strekking van de Richtlijn in te gaan.3 Waar het mij om gaat is dat de Richtlijn in art. 2 verbodsacties omschrijft die beschikbaar moeten zijn. Die verbodsacties moeten ertoe kunnen strekken een inbreuk te doen staken of een inbreuk te verbieden. Ook daaruit blijkt de nadruk die op het voorkomen van (verdere) schade ligt. Ook hier heeft naleving van de Unierechtelijke regels een belangrijke preventieve component. De Richtlijn wordt ingetrokken door Richtlijn 2020/1828 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten.4 De Richtlijn 2020/1828 strekt ertoe te waarborgen dat een doelmatig procedureel mechanisme bestaat voor representatieve vorderingen met het oog op stakings- en herstelmaatregelen ter handhaving van het consumentenrecht. Ook deze Richtlijn schrijft voor welke remedies beschikbaar moeten zijn. Art. 7 lid 4 bepaalt dat zowel ‘stakingsmaatregelen’ als ‘herstelmaatregelen’ gevorderd moeten kunnen worden. Art. 8 werkt uit wat onder stakingsmaatregelen wordt bestaan. Het gaat daarbij opnieuw om voorlopige of definitieve maatregelen die bepaalde praktijken doen staken of verbieden. Die maatregelen zijn gericht op handhaving van het consumentenrecht en zullen in de regel de vorm van een rechterlijk bevel of verbod hebben. Ook op grond van deze Richtlijn zullen preventieve maatregelen dus beschikbaar moeten zijn.