De exhibitieplicht
Einde inhoudsopgave
De exhibitieplicht (BPP nr. X) 2010/8.2.5:8.2.5 Moeten bescheiden eerst anderszins opgevraagd worden?
De exhibitieplicht (BPP nr. X) 2010/8.2.5
8.2.5 Moeten bescheiden eerst anderszins opgevraagd worden?
Documentgegevens:
mr. J. Ekelmans, datum 02-12-2010
- Datum
02-12-2010
- Auteur
mr. J. Ekelmans
- JCDI
JCDI:ADS375940:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Utrecht 9 april 2008, LJN BC9990, r.o. 2.3 (X/Fimahu c.s.).
Rb. Alkmaar (vzr.) 30 augustus 2007, LJN BB2608, r.o. 4.6 (VVE Residentie Hoornsche Hop/ Intermaris Hoeksteen).
Rb. Amsterdam (vzr.) 11 september 2008, LJN BF0587, r.o. 4.11 (Qwest c.s./DeutscheBank c.s.).
Rb. Middelburg 18 januari 2006, LJN AY7116, r.o. 4.1 e.v. (X/Dow Benelux).
Sijmonsma 2007, p. 44.
Vgl. - bij toepassing van art. 22 Rv - conclusie A-G Strikwerda onder 9 - 11 bij HR 8 april 2005, LJN AS3596(X/Y).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Toegang tot bewijsmiddelen kan niet uitsluitend door getuigenverhoor of deskundigenbericht verkregen worden. Soms kan informatie ook eenvoudig uit een openbare bron worden verkregen. Een verzoek tot opvragen van bescheiden die met een druk op de knop uit een openbare bron te verkrijgen zijn, is niet op zijn plaats. Zodoende werd afgewezen een vordering tot verstrekking van bij het handelsregister gedeponeerde jaarrekeningen en statuten.1
Wanneer het evenwel bewerkelijk of kostbaar is om informatie eerst elders op te vragen, dan behoeft een procespartij die activiteit niet te ondernemen. Niet mocht derhalve baten het verweer dan informatie ook ingezien en verkregen kon worden bij bouw- en woningtoezicht2 of zonodig via de rechter-commissaris aan de curator gevraagd kon worden.3
Evenmin is het derhalve op zijn plaats om van een partij in vrijwaring te vragen, dat hij zich in de hoofdzaak voegt, indien hij informatie wil verkrijgen over het verloop van de hoofdzaak. De verzoeker die zich voegt, roept daarmee immers kosten en inspanningen over zich af, die niet nodig zijn, wanneer hij de gevraagde bescheiden zonder voeging verkrijgt. Het indienen van slechts een verzoek tot verstrekking van bescheiden is dan een stuk eenvoudiger. Het volgen van de wens van de verzoeker is wat mij betreft te meer op zijn plaats, nu de verzoeker de kosten van verstrekking moet voldoen en de houder van de bescheiden dus niet nodeloos belast. Onjuist vind ik daarom het oordeel van een rechter die oordeelde over de vordering van de gedaagde in vrijwaring tot verstrekking van het procesdossier in de hoofdzaak. De rechter wees die vordering af, omdat het dossier ook verkregen kon worden, doordat de gedaagde in vrijwaring zich zou voegen in de hoofdzaak.4 Dit verplicht de gedaagde in vrijwaring immers nodeloos om in de hoofdzaak mee te procederen. Aldus ook Sijmonsma, die zich in de andersluidende uitspraak niet kan vinden.5
In de praktijk wordt met de aanspraak op bescheiden in de hoofdzaak en vrijwaring ook wel praktischer omgegaan. De Haagse rechtbank placht in vonnissen, waarin een comparitie wordt gelast in een zaak die een hoofdzaak en vrijwaring kent, op te nemen, dat aan partijen in overweging wordt gegeven kennis te nemen van elkaars dossier én neemt inmiddels op dat zij er van uit gaat, dat partijen kennis hebben genomen van elkaars dossier. Daarmee wordt ook omzeild de discussie, of in hoofdzaak en vrijwaring steeds aanspraak bestaat op kennisneming van elkaars dossiers. Dat zal vaak het geval zijn, maar wanneer niet wordt toegelicht, waarom dat het geval is, mag er niet zonder meer vanuit gegaan worden dat partijen belang hebben bij kennisneming van elkaars dossier.6