Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.3.4.2
8.3.4.2 Kosten die verband houden met de deelneming
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS393971:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor een beschouwing zie bijvoorbeeld M. Suchanek/ A. Hesse, Zur Abzugsfähigkeit von mittelbaren Anschaffungsneben- und Verausserungskosten, Ubg 11/2015, blz. 639-644. De auteurs gaan daar ook in op de samenloop met het Organschaftregime.
H. Siebmann, Aufwendungen einer Kapitalgesellschaft in Zusammenhang mit dem Kauf einer Kapitalbeteiligung: Sofort abzugsfähige Betriebsausgaben oder aktivierungspflichtige Anschaffungskosten? §8b KStG Abs. 3 Satz 3 KStG, StB 2011, blz. 163. Zie ook FG Köln, Allgemeine Aufwendungen als Verausserungskosten iSd §8b Abs. 2 S. 2 KStG bei nahezu ausschliesslicher Verausserung zuvor selbst gegründeter Vorratskapitalgesellchaften? DStRE 2016, blz. 61.
In Duitsland worden kosten die verband houden met het verkrijgen van belastingvrije inkomsten in beginsel niet in aftrek toegestaan (§3c Abs. 1 EStG). Vanwege de fictie dat 5% van het ontvangen dividend of vervreemdingswinst als niet aftrekbare bedrijfskosten wordt belast, is deze bepaling niet van toepassing (§8b Abs. 3 S.2 KStG, respectievelijk §8b Abs. 5 S.2 KStG). Dit betekent dat in beginsel alle daadwerkelijke kosten (abzugsfähige Betriebsausgaben) die verband houden met de dochtermaatschappij in aftrek kunnen worden gebracht en fictief een percentage van 5 van het ontvangend dividend of vervreemdingsvoordeel als kosten samenhangend met de dochtermaatschappij niet in aftrek komt. Aankoopkosten die gemaakt worden in verband met de aankoop van een dochtermaatschappij verhogen de boekwaarde van de deelneming. Evenals verkoopkosten worden de kosten meegenomen in de berekening voor de deelnemingsvrijstelling.1 Dit betekent uiteindelijk dat 95% van de kosten onder de deelnemingsvrijstelling vallen en 5% fictief in aanmerking wordt genomen. De afbakening van wat er moet worden verstaan onder aankoopkosten respectievelijk verkoopkosten is overgelaten aan de rechter. Over het algemeen is uit jurisprudentie af te leiden dat er sprake is van aankoopkosten respectievelijk verkoopkosten indien er een causaal verband bestaat tussen de kosten en de koop.2
8.3.4.2.1 Bruto– of nettovrijstelling?