Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/7.5.1
7.5.1 Wetboek van Koophandel
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180042:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wijziging van de bepalingen in het Wetboek van Koophandel betreffende de koopmansboeken en van de daarmede verband houdende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Strafrecht, Ontwerp van Wet, 25 mei 1921, W. 10718.
Wijziging van de bepalingen in het Wetboek van Koophandel betreffende de koopmansboeken en van de daarmede verband houdende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Strafrecht, MvT, 25 mei 1921, W. 10718.
Zie paragraaf 2.2.2.
Wijziging van de bepalingen in het Wetboek van Koophandel betreffende de koopmansboeken en van de daarmede verband houdende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Strafrecht, V.V., 22 juli 1921, W. 10743 en H.J.W. van der Poel, Twee verbeteringen in het Wetboek van Koophandel (koopmansboeken en makelaardij) (diss. Leiden), Aachen: La Ruelle’sche Accidenzdruckerei (inh. Jos. Deterre & Sohn) 1923, p. 35.
Bij de wijziging van artikel 6 WvK in 1922 werd afgestapt van de zeer gedetailleerde bepalingen over de wijze van boekhouden. Met het ontwerp van wet van 13 mei 1921 werd voorgesteld om de gedetailleerde boekhoudkundige verplichtingen te vervangen door de verplichting voor de koopman om “behoorlijk aanteekening” te houden van de vermogenstoestand en van alles wat zijn bedrijf betreft.1 In de Memorie van
Toelichting heeft de minister uiteengezet wat moest worden verstaan onder de verplichting behoorlijk aantekening te houden:2
“Deze qualificatie geeft voldoende te kennen, dat het houden van aanteekening moet geschieden op zoodanige, duidelijke, betrouwbare, controleerbare wijze, dat datgene wat moet worden aangeteekend, te allen tijde uit de aanteekeningen kunne blijken aan den koopman zelf en aan wie geroepen is ervan kennis te nemen.”
Deze woorden “behoorlijk aanteekening” houden hebben het niet gered in de uiteindelijke nieuwe versie van artikel 6 lid 1 WvK.3 Uit het Voorlopig Verslag volgt dat de kritiek van de Kamerleden op het voorgestelde artikel 6 lid 1 WvK vooral van redactionele aard was en dat zij een voorkeur hadden voor de redactie zoals die uiteindelijk ook in de wet terecht is gekomen, zonder de toevoeging van de verplichting behoorlijk aantekening te houden.4