Einde inhoudsopgave
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/5.4.1.4
5.4.1.4 Praktische haalbaarheid
mr. mr. E.A.J. Nab, datum 12-01-2023
- Datum
12-01-2023
- Auteur
mr. mr. E.A.J. Nab
- JCDI
JCDI:ADS715523:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Stolwijk merkt dan ook op dat de wetgever van 1886 al afweek van het legaliteitsbeginsel “waar eisen van praktijk uitzondering noodzakelijk maakten” (Stolwijk 1986, p. 162). Daar kan – met enige kwade wil – de ondergeschiktheid van principiële beginselen aan praktische overwegingen in worden gelezen.
Mulder 1987, p. 412; Schaffmeister & Heijder 1983, p. 443.
Vgl. Roxin 1997, p. 126.
Het EHRM spreekt van “[…] a degree that is reasonable in the circumstances […]”. EHRM 11 november 1996, ECLI:CE:ECHR:1996:1115JUD001786291 (Cantoni v. Frankrijk), par. 35; EHRM 26 april 1979, ECLI:CE:ECHR:1979:0426JUD000653874 (Sunday Times v. Verenigd Koninkrijk, No. 1), par. 49. Een van die omstandigheden is de ingewikkeldheid van de te reguleren materie. Zie bijvoorbeeld: Kamerstukken II 1990/91, 22008, nr. 2, p. 30 (Beleidsplan Zicht op wetgeving). In veel gevallen zou een preciezere omschrijving echter best mogelijk zijn. Zie bijvoorbeeld: Keijzer 2009, par. 5.
Yoon 2001, p. 29; Schünemann 1978, p. 33. Vgl. ook: ’t Hart 1978, p. 224; Fuller 1969, p. 42-43. Vandaar dat Fuller de verplichtingen uit het legaliteitsbeginsel vooral ziet als een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel en trots van de wetgever, terwijl hij van rechterlijke toetsing niet veel verwacht (Fuller 1969, p. 43-44).
Zie ook de overwegingen aan het begin van §5.2.1.
Pompe 1945, p. 46.
Jakobs 1991, p. 78.
Altena 2016, p. 140-141.
Altena 2019, p. 18.
Altena 2019, p. 14.
Altena 2019, p. 18; Loth 1999, p. 216; Scheltema 1989, p. 17; Heijder 1979, p. 150.
Roxin 1997, p. 132.
Het lex certa-beginsel is in de functionalistische benadering, zoals gezegd, niet erg principieel van aard. Als hoofdregel moet het recht duidelijk zijn, maar uitzonderingen zijn mogelijk als dat vanuit praktisch oogpunt noodzakelijk is.1 Het recht moet vooral hanteerbaar en doelmatig blijven.2 Meer duidelijkheid kan alleen worden vereist als dat praktisch haalbaar is en er een duidelijker alternatief voor een vaag bestanddeel beschikbaar is.3 Het EHRM vereist immers ook slechts een mate van duidelijkheid die, gelet op de omstandigheden, redelijkerwijs haalbaar is.4 Het lex certa-beginsel schept dus geen resultaatverplichting, maar een inspanningsverplichting.5 Er bestaat echter de nodige scepsis over de praktische haalbaarheid van (meer) duidelijkheid.6 Pompe waarschuwt bijvoorbeeld dat streven naar rechtszekerheid door middel van geschreven wetgeving grotendeels zinloos is, nu geschreven woorden vrijwel altijd voor meerdere interpretaties vatbaar zijn.7 Hoewel onnodige, eenvoudig te verhelpen onduidelijkheid uiteraard moet worden vermeden, moet de verduidelijkte strafbepaling niet lastiger te handhaven worden, want dan levert de verduidelijking geen voordelen op.8 De moeite die het kost om een bepaling duidelijker te maken, moet bovendien worden afgewogen tegen de toegevoegde waarde daarvan in termen van duidelijkheid en effectiviteit.9 Daarbij weegt dus mee hoe eenvoudig het zal zijn om de onduidelijkheid te verhelpen. Zo zou graduele vaagheid volgens sommige auteurs relatief eenvoudig te vermijden of op zijn minst te verminderen zijn.10 Bij ambiguïteit zal de context bijvoorbeeld vaak reeds duidelijk maken wat de wetgever bedoelde, zodat het veelal niet nodig zal zijn om deze vorm van onduidelijkheid expliciet te verhelpen.11 Criteriale vaagheid, complexiteit en betwistbaarheid zouden daarentegen, ten minste deels, onvermijdelijk zijn.12 De praktische haalbaarheid van duidelijkheid kan daarnaast ook meewegen in de keuze voor een daadstrafrecht, nu Roxin bijvoorbeeld meent dat gedragingen eenvoudiger te beschrijven zijn (en dus eerder aan het legaliteitsbeginsel voldoen) dan bijvoorbeeld eigenschappen of persoonlijkheden.13 Tot slot relativeert de hiervoor al genoemde criteriumfiguur ook in belangrijke mate de vereiste mate van duidelijkheid: niet iedereen hoeft specialistische wetgeving te kunnen begrijpen.