Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/6.2.3.c.iv:6.2.3.c.iv De positie van de vruchtgebruiker en de pandhouder
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/6.2.3.c.iv
6.2.3.c.iv De positie van de vruchtgebruiker en de pandhouder
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS594200:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hierover ook Hamers (1996), p. 200-201.
Vgl. de schadeloosstellingsregeling bij de grensoverschrijdende fusie waarvoor art. 2:333h BW de houders van certificaten als bedoeld in art. 2:118a BW gelijk stelt met aandeelhouders. Doordat art. 2:118a lid 1 BW de bepalingen van art. 2:88 en 2:89 BW expliciet uitsluit, is het duidelijk dat de schadeloosstelling niet geldt voor vruchtgebruikers of pandhouders met stemrecht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot slot een enkele opmerking over de positie van de vruchtgebruiker en de pandhouder.1 De wet bepaalt in artikel 2:88/197 lid 4 en art. 2:89/198 lid 4 BW dat een vruchtgebruiker of een pandhouder met stemrecht dezelfde rechten heeft, die de wet toekent aan houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten. De vraag rijst of dit ook geldt voor het recht van uitkoop op grond van de bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW.2 Mijn antwoord luidt ontkennend. De gedachte die ten grondslag ligt aan de gedwongen overdracht van aandelen gaat niet op voor de vruchtgebruiker of de pandhouder. Bovendien kunnen deze partijen mijns inziens niet voldoen aan het kapitaalvereiste, omdat zij geen kapitaal verschaffen.