Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.4.1.3
3.4.1.3 Onderzoeksbevoegdheden
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574017:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Art. 18 lid 1 Verordening 1/2003.
Art. 19 lid 1 Verordening 1/2003.
Art. 18 lid 6 Verordening 1/2003.
Art. 20 lid 4 Verordening 1/2003.
Art. 20 lid 6 Verordening 1/2003.
Art. 21 lid 1 Verordening 1/2003.
De Commissie is gehouden de nationale rechter informatie te geven over het bestaan van aanwijzingen die een verificatie noodzakelijk maken. De inhoud van de aanwijzingen hoeft in het belang van het onderzoek niet aan de nationale rechter te worden voorgelegd.
HvJ EG 22 oktober 2002, zaak C-94/00 (Roquette Frères), Jur. 2002, p.1-9011; EHRM 14 april 2002, nr. 37971/97 (Colas Est). Zie over deze arresten nader Kranenborg 2003, p. 49-57 en Van Weert 2003, p. 21-25.
Wanneer de ontwikkeling van de handel tussen lidstaten, de starheid van de prijzen of andere omstandigheden een vermoeden veroorzaken dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wellicht wordt beperkt of vervalst, kan de Commissie op grond van artikel 17 Verordening 1/2003 onderzoek doen naar een bepaalde sector van de economie of naar een bepaald soort overeenkomsten over verschillende sectoren heen. In het kader van dat onderzoek kan de Commissie de betrokken ondernemingen of ondernemersverenigingen om alle inlichtingen verzoeken, alsook alle inspecties verrichten die voor de toepassing van artikel 81 EG en artikel 82 EG noodzakelijk zijn. De Commissie kan met name de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen verzoeken haar van alle overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in kennis te stellen.
De Commissie kan ter vervulling van de haar door Verordening 1/2003 opgedragen taken op eenvoudig verzoek of bij beschikking de ondernemingen en ondernemersverenigingen vragen alle nodige inlichtingen te verstrekken.1 Daarnaast kan de Commissie ter vervulling van de haar bij verordening 1/2003 opgedragen taken alle natuurlijke personen of rechtspersonen horen die daarin toestemmen, teneinde inlichtingen te verzamelen over het onderwerp van het onderzoek.2 Op verzoek van de Commissie verstrekken de regeringen en mededingingsautoriteiten van de lidstaten de Commissie alle inlichtingen die zij nodig heeft om de haar bij deze verordening opgedragen taken te vervullen.3
De Commissie kan alle noodzakelijke inspecties verrichten bij ondernemingen en ondernemersverenigingen. De betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen zijn verplicht zich aan de inspectie te onderwerpen.4 De inspecties kunnen zo nodig met behulp van de politie worden afgedwongen.5 De door de Commissie tot het verrichten van een inspectie gemachtigde functionarissen en andere begeleidende personen beschikken over een aantal bevoegdheden op grond van artikel 20 van Verordening 1/2003. Deze bevoegdheden zijn:
'a) het betreden van alle lokalen, terreinen en vervoermiddelen van ondernemingen en ondernemersverenigingen;
het controleren van de boeken en alle andere bescheiden in verband met het bedrijf, ongeacht de aard van de drager van die bescheiden;
het maken of verkrijgen van afschriften of uittreksels, in welke vorm ook, van die boeken en bescheiden;
het verzegelen van lokalen en boeken of andere bescheiden van het bedrijf voor de duur van, en voor zover nodig voor, de inspectie;
het verzoeken van vertegenwoordigers of personeelsleden van de betrokken onderneming of ondernemersvereniging om toelichting bij feiten of documenten die verband houden met het voorwerp en het doel van de inspectie, en het optekenen van hun antwoorden.'
Indien er een redelijk vermoeden bestaat dat boeken of andere bescheiden in verband met het bedrijf en het voorwerp van de inspectie, die relevant kunnen zijn om een ernstige inbreuk op artikel 81 of artikel 82 EG te bewijzen, worden bewaard in andere gebouwen, terreinen en vervoermiddelen, waaronder de woningen van directeuren, bestuurders en andere personeelsleden van de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen, kan de Commissie bij beschikking een inspectie in deze andere gebouwen, terreinen en vervoermiddelen gelasten.6
Een beschikking tot inspectie van andere gebouwen, terreinen en vervoermiddelen kan niet worden uitgevoerd zonder voorafgaande toestemming van de nationale rechterlijke instantie van de betrokken lidstaat. Artikel 21 lid 3 Verordening 1/2003 bepaalt dat de nationale rechterlijke instantie de beschikking van de Commissie kan toetsen op haar authenticiteit en na kan gaan of de voorgenomen dwangmaatregelen niet willekeurig zijn noch buitensporig in verhouding tot met name de ernst van de vermeende inbreuk, het belang van het gezochte bewijsmateriaal, de betrokkenheid van de betreffende onderneming en de redelijke kans dat boeken en bescheiden die verband houden met het voorwerp van de inspectie worden bewaard op de locaties waarvoor om toestemming is verzocht. Tevens mag de nationale rechterlijke instantie de Commissie rechtstreeks of via de mededingingsautoriteit van de lidstaat om nadere uitleg verzoeken over de elementen die zij nodig heeft om de proportionaliteit van de beoogde dwangmaatregelen te toetsen.7 De nationale rechterlijke instantie mag evenwel volgens artikel 21 lid 3 Verordening 1/2003 niet de noodzakelijkheid van de inspectie in twijfel trekken, noch gegevens uit het Commissiedossier verlangen. De beschikking van de Commissie kan uitsluitend door het GvEA EG op haar legitimiteit worden getoetst. Op grond van het arrest Roquette Frères (waar de rechterlijke toetsing aan bod komt) kan worden gecondudeerd dat de bij een verificatieprocedure van toepassing zijnde regels (checks & balances) uit artikel 21 lid 3 Verordening 1/2003 zijn gebaseerd op het Colas Est-arrest van het EHRM.8