Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/988
Insolventieverordening. Gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende rechtsvorderingen; begrip ʻrechtsvorderingen betreffende een goed of rechtʼ in de zin van art. 15; rechtsvordering betreffende de betaling van een geldsom op grond van een contractuele verplichting.
HvJ EU 06-06-2018, ECLI:EU:C:2018:398 (Tarragó da Silveira)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
6 juni 2018
- Magistraten
C. Vajda, E. Juhász, K. Jürimäe
- Zaaknummer
C-250/17
- Conclusie
A-G M. Bobek
- Roepnaam
Tarragó da Silveira
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2018:398, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 06‑06‑2018
- Wetingang
Art. 15 Insolventieverordening
Essentie
Virgilio Tarragó da Silveira tegen Massa Insolvente da Espírito Santo Financial Group SA.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de SupremoTribunal de Justiça (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Portugal) bij beslissing van 26 april 2017.
Insolventieverordening. Gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende rechtsvorderingen; begrip ʻrechtsvorderingen betreffende een goed of rechtʼ in de zin van art. 15; rechtsvordering betreffende de betaling van een geldsom op grond van een contractuele verplichting.
Art. 15 van de Insolventieverordening moet in die zin worden uitgelegd dat het van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.