Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/3.5.3
3.5.3 Sancties
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS391589:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
'De lidstaten stellen de sanctieregeling vast die van toepassing is op schendingen van de in toepassing van deze Richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en treffen alle maatregelen die nodig zijn om voor de tenuitvoerlegging van de sancties zorg te dragen. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.' Aldus art. 20 Richtlijn inzake elektronische handel
MvT Kamerstukken II 2001/02, 28 197, nr. 3, p. 8-9.
Zie art. 19 Richtlijn inzake elektronische handel.
Zie MvT Kamerstukken II 2001/02, 28 197, nr. 3, p. 44.
Drion en Van Wechem oefenen kritiek uit op dit privaatrechtelijke handhavingmechanisme. Zij verwachten niet dat consumenten massaal via het ontbindingswapen en/of vernietigingswapen correctief gaan optreden tegen ondernemers die het met de informatieplichten niet zo nauw nemen. Wanneer zij tevreden zijn met de online verkregen producten of diensten, zouden zij wel gek zijn om dat te doen. Drion & Van Wechem 2002, p. 452. Van Esch voorziet dat art. 6:227b lid 5 BW in de praktijk een wassen neus zal blijken te zijn omdat het recht op ontbinding vervalt zodra de betreffende informatie door de dienstverlener alsnog is toegezonden. Van Esch 2004 B, p. 113. Zie ook MvA Kamerstukken 12003/04, 28 197, p. 14.
Drion & Van Wechem 2002, p. 438.
Zie bijlage paragraaf 3 'Wijze van totstandkoming van isP-overeenkomsten'.
Wet van 13 mei 2004, Stb. 2004, 210.
Aan de meeste informatieplichten uit de Aanpassingswet inzake elektronische handel dient voor of bij het sluiten van de overeenkomst te worden voldaan. Op dat moment is er nog geen overeenkomst tot stand gekomen. In de Aanpassingswet inzake elektronische handel zijn conform art. 20 Richtlijn inzake elektronische handel sancties opgenomen indien niet voldaan is aan de informatieplichten.1 De verschillende civielrechtelijke sancties worden hieronder besproken.
Er bestaat het risico dat de in Boek 3 BW opgenomen informatieverplichtingen aanvankelijk regelmatig zullen worden overtreden. Dit zal samenhangen met de onbekendheid van de nieuwe regelgeving en het tempo waarin de laatste jaren in Europees verband regelgeving tot stand is gekomen. Ten aanzien van de algemene informatieplichten (artt. 3:15d en 15e lid 1 BW) is onder ogen gezien dat deze weliswaar met het oog op de belangen van afnemers of (potentiële) wederpartijen van dienstverleners zijn opgenomen, maar tevens dermate algemeen zijn, dat een voldoende verband met een in het kader van een bepaalde transactie met een individuele afnemer of wederpartij geleden nadeel in veel gevallen niet gemakkelijk zal kunnen worden aangetoond. Dit brengt mee dat moet worden verwacht dat een uitsluitend privaatrechtelijke handhaving door individuele afnemers of wederpartijen ten aanzien van de informatieverplichtingen onvoldoende zekerheid van een behoorlijke naleving zal bieden.2 Om er voor te zorgen dat aanbieders, in dit geval isP's, zich ook aan deze informatieplichten houden, is ervoor gekozen beperkte aanvullende handhavingmogelijkheden op te nemen, onder andere in art. 3:15f Bw.3 Een nader door de Minister van Justitie in overleg met de Minister van Economische Zaken aan te wijzen rechtspersoon krijgt de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen en een vordering tot naleving in te stellen, met betrekking tot de naleving van de informatieplichten die toezien op de hoedanigheid van de aanbieder en het verstrekken van commerciële communicatie.4
Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van het niet naleven door de ISP van zijn in art. 6:227b lid 1 BW, aanhef onder a, c of d, genoemde verplichtingen, is vernietigbaar. Bij niet naleving van de hier bedoelde verplichtingen wordt aangesloten bij het feit dat de in het kader daarvan te verstrekken informatie doorgaans essentieel is voor de wils- of oordeelsvorming van de aspirant-klant. Indien de overeenkomst onder invloed van het niet verstrekt zijn van die informatie tot stand is gekomen, dient de klant derhalve in staat te zijn zichzelf in de situatie te brengen die zou hebben bestaan indien in het geheel geen overeenkomst tot stand was gekomen. Indien de ISP zijn in art. 6:227b lid 1 BW, aanhef en onder a of c genoemde verplichtingen niet is nagekomen, wordt vermoed dat een overeenkomst onder invloed van het niet naleven tot stand is gekomen (art. 6:227b lid 4 Bw). Dit vermoeden leidt tot een omkering van de bewijslast voor de klant. Ten aanzien van deze verplichtingen is dat gerechtvaardigd, omdat de daar genoemde informatie naar haar aard steeds rechtstreeks van invloed is op de vraag of een overeenkomst tot stand komt en of deze overeenkomst de door de klant bedoelde inhoud heeft. Het is daarom redelijk te veronderstellen dat het niet verstrekt zijn van die informatie invloed heeft gehad op de wilsvorming van de wederpartij. Gedurende de tijd dat de ISP de informatie, bedoeld in art. 6:227b lid 1 BW, onder b en e en lid 2, niet heeft verstrekt, kan de klant van de ISP de overeenkomst ontbinden (art. 6:227b lid 5 Bw).5 Hieruit valt op te maken dat mocht de informatie niet voor het sluiten van de overeenkomst zijn verschaft, dat deze ook nog naderhand ter beschikking kan worden gesteld. De informatie dient dan wel rechtstreeks aan de klant te worden verstrekt, het op de website corrigeren van vooreerst gebrekkige informatie volstaat dan niet meer.6
Uit het praktijkonderzoek is op te maken dat nog niet alle ISP's voldeden aan de specifieke informatieplichten uit de Aanpassingswet inzake elektronische handel.7 De wet is inmiddels aangenomen8 en in werking getreden. ISP's zijn dus verplicht de informatieplichten te vervullen indien zij elektronische overeenkomsten sluiten. De wettelijke sancties zijn niet gering. Daar staat tegenover dat, als een klant tevreden is over de geleverde diensten hij de sanctiemiddelen niet snel zal hanteren. Aan de algemene informatieplichten die zijn neergelegd in Boek 3 BW wordt over het algemeen á wel voldaan door de ISP's, meestal is deze informatie opgenomen in de algemene voorwaarden. Internet biedt de mogelijkheid algemene voorwaarden eenvoudig voorafgaand aan het sluiten van overeenkomsten raadpleegbaar te maken. Het is echter de vraag of bij het opnemen van de informatie in de algemene voorwaarden tegenover consumenten sprake is van het op duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze verstrekken van informatie. Duidelijker en begrijpelijker is het de informatie op de website op te nemen en het vereiste van ondubbelzinnigheid brengt mijn inziens met zich mee dat de informatie op de website moet worden verstrekt.