Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/II.3.4:II.3.4 Tussenconclusie
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/II.3.4
II.3.4 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178684:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De andere stelsels laten zien dat het ook anders kan. Het kan eenvoudiger: wie zoals de Belgen niet te veel nadruk legt op de randen van het besluitbegrip, verzandt ook niet in moeilijke, technische discussies daarover. Het kan bovendien dogmatisch anders: de Duitsers laten zien dat dieper doordenken een ander, ruimer besluitbegrip oplevert. En ten slotte kan het ook pragmatisch anders: wat strategisch schaven, zoals bestuursrechtjuristen doen, leidt tot een praktisch besluitbegrip.
De Duitse route schijnt het veelbelovendst. Als een dogmatische oplossing voorhanden is, heeft dat de voorkeur boven een ‘eenvoudige’, pragmatische of creatieve route die systeemvreemd is. Dat klinkt wellicht vreemd, maar het verbreden van het besluitbegrip zonder dogmatische basis leidt tot verwarring en onduidelijkheid. Niet voor niets toont de bestuursrechtelijke literatuur zich ontevreden over het strategische besluitbegrip van de Afdeling, dat weinig consistent is en waarvan de uitkomsten zich niet goed laten voorspellen. Aan de andere kant is zuivere dogmatiek geen doel op zich. Ik kijk dus eerst naar de dogmatiek rond het besluit (§ 4) en daarna naar de praktische gevolgen daarvan (§ 5).