Inhoudsopgave
De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/4.8:4.8 Conclusies toestemmingsvereiste
De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/4.8
4.8 Conclusies toestemmingsvereiste
Documentgegevens:
Jacqueline Broese van Groenou, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
Jacqueline Broese van Groenou
- JCDI
JCDI:ADS386065:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Genotsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De criteria voor de beoordeling van het toestemmingsvereiste bij erfpachtverhoudingen volgen uit het goederenrechtelijk systeem, de wettelijke regeling van het recht van erfpacht (inclusief de bedoeling van de wetgever) en de geldende erfpachtvoorwaarden, aangevuld met de toepassing van redelijkheid en billijkheid waarbij de omstandigheden worden meegewogen waaronder toestemming wordt geweigerd of de toestemming aan voorwaarden wordt gebonden. Het onthouden van toestemming en de aan toestemming verbonden voorwaarden dienen daarmee ook inhoudelijk door de rechter te worden beoordeeld. Een relevante nog niet beantwoorde vraag voor de redelijkheid van een financiële voorwaarde betreft de vraag aan wie de waardeverandering van de onroerende zaak gedurende de looptijd van het erfpachtrecht toekomt. De door de erfpachter geleden schade als gevolg van een onredelijke voorwaarde kan op de grondslag van onrechtmatige daad worden vergoed, maar kan eveneens worden toegewezen op grond van toerekenbaar tekortschieten door de erfverpachter in zijn wettelijke verplichting zijn bedongen toestemming voor overdracht van het erfpachtrecht niet op onredelijke gronden te onthouden.
4.8.1 Criteria redelijkheidstoetsing4.8.2 Waardestijging zaak4.8.3 De verbintenisrechtelijke dimensie