Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/6.4.3.a:6.4.3.a Inleiding
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/6.4.3.a
6.4.3.a Inleiding
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS594205:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/367.
Voor de uitkoopregeling is het meervoudig stemrecht minder interessant omdat een uitkoper met een kapitaalbelang van ten minste 95% in die gevallen ook altijd aan het stemrechtvereiste voldoet.
Overigens blijven statutaire stemrechtbeperkingen hierbij buiten beschouwing, zie Verhoest (2008), p. 177.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten aanzien van het stemrecht geldt ingevolge art. 2:118/228 lid 2 en 3 BW als uitgangspunt de evenredigheid van het aantal stemmen aan de deelneming in het geplaatste kapitaal.1 In de meeste gevallen is het stemrecht van de aandeelhouder dan ook gelijk aan zijn kapitaalbelang.
Een afwijking van dit uitgangspunt is in beginsel mogelijk waardoor een aandeelhouder minder stemrecht toekomt, bijvoorbeeld door degressief of volstrekt beperkt stemrecht of de invoering van stemrechtloze aandelen (hierna sub d).2 Voorts ontbeert een uitkoper eveneens het stemrecht in geval van schorsing of vervreemding van zijn stemrecht (hierna sub c).
Het is niet duidelijk of, en hoe deze afwijkingen een rol spelen bij de berekening van het stemrechtvereiste. Hiervoor kan geen aansluiting worden gezocht bij de uitkoopregelingen in de onderzochte landen, omdat zij niet zoals de Nederlandse uitkoopregeling een afzonderlijk stemrechtvereiste kennen. De regelingen sluiten aan bij het kapitaal waaraan stemrechten zijn verbonden (§ 6.4.2 sub a).3