Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/6.4.3.d
6.4.3.d De statutaire differentiatie van het stemrecht
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS594207:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Contractuele differentiatie van het stemrecht laat ik buiten beschouwing, mede omdat dergelijke overeenkomsten het stemrecht in vennootschapsrechtelijke zin onaangetast laten.
Bij degressief stemrecht is het mogelijk om het aantal stemmen dat bij een bepaald pakket aandelen kan worden uitgeoefend, statutair te beperken. Het volstrekt beperkt stemrecht houdt in dat het totaal aantal stemmen dat eenzelfde aandeelhouder kan uitoefenen statutair begrensd is. Hierover Asser/ Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/367.
Kamerstukken II 2005-2006, 30 419, nr. 3, p. 47. Dit ziet op de bijzondere uitkoopregeling van art. 2:359c BW. Voor de algemene uitkoopregeling ex art. 2:201a BW is dit echter niet duidelijk (§ 6.4.2 sub b).
Dit voorbeeld is ontleend aan Olden (2008a), p. 840. Zie voor andere rekenvoorbeelden met betrekking tot degressief stemrecht, Dortmond (1994), p. 53-54.
Het stemrecht van de uitkoper is evenmin gelijk aan zijn kapitaalbelang indien er sprake is van een statutaire differentiatie van het stemrecht.1 Bij de NV is de variatie in stemrecht mogelijk door middel van degressief en volstrekt beperkt stemrecht op grond van art. 2:118 lid 4 en 5 BW.2 Het BV-recht kent met art. 2:228 lid 4 en 5 BW nog meer flexibiliteit in variatie aan stemrecht, zelfs stemrechtloze aandelen zijn mogelijk.
Bij de berekening van het stemrechtvereiste moet de OK dergelijke statutaire bepalingen in aanmerking nemen. Uit de parlementaire geschiedenis volgt namelijk dat het vereiste juist bedoeld is om bij toepassing van de uitkoopregeling rekening te houden met deze vormen van stemrechtdifferentiatie.3
Een mogelijk gevolg van deze benadering is dat uitkoop onder omstandigheden feitelijk onmogelijk, althans uiterst bezwaarlijk, is. Ik geef een – enigszins gechargeerd – voorbeeld. Een geoorloofde regeling ter beperking van het stemrecht, is de volgende bepaling: één stem voor één aandeel; twee stemmen voor twee tot tien aandelen; en drie stemmen voor elf aandelen of meer.4 Stel dat A 96 van de 100 aandelen in de doelvennootschap verschaft. De overige vier aandelen zijn verdeeld over vier aandeelhouders. Hoewel A meer dan 95% van het geplaatste kapitaal verschaft, vertegenwoordigt hij slechts 60% (zes van de totaal tien stemmen) van de stemrechten. Zelfs indien slechts één minderheidsaandeelhouder overblijft, kan A niet meer dan 85% van de stemrechten uitoefenen. Hij kan dus geen uitkoopprocedure starten.
Ik zie geen reden waarom de meerderheidsaandeelhouder in dit voorbeeld niet de resterende aandeelhouders zou kunnen uitkopen. De rechtvaardiging van de gedwongen overdracht is gekoppeld aan het kapitaalbelang en niet de mate van stemrecht. Ik betoog daarom nogmaals dat de wetgever het stemrechtvereiste moet schrappen.