De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap
Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/3.2.0:Introductie
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/3.2.0
Introductie
Documentgegevens:
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS391224:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
SER-advies over taak, samenstelling en bevoegdheden van ondernemingsraden, uitgave van de Sociaal-Economische Raad 1975, nr. 14 (‘SER-advies Taak en bevoegdheden’).
Wet op de ondernemingsraden 5 september 1979, Stb. 1979, 448 (‘WOR 1979’).
Kamerstukken II 1975-1976, 13 953, nr. 3, p. 21.
Zie verder Verburg 2007, p. 57-62.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De belangrijkste wet op het terrein van het medezeggenschapsrecht is de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Ik zal deze wet bespreken aan de hand van de fasen waarin de invloed van de ondernemingsraad op de strategie kan worden vormgegeven: (1) het informatierecht van de ondernemingsraad, (2) het overleg met de ondernemingsraad en (3) de adviesbevoegdheid van de ondernemingsraad. De WOR heeft een ontwikkeling laten zien waarin de ondernemingsraad is veranderd van een college waarin ook de bestuurder zitting had in een zelfstandig medezeggenschapsorgaan met een duale taakstelling. De taak van de raad was onderwerp van overweging in het SER-advies ‘Taak en bevoegdheden’. 1 In dat advies werd onderscheid gemaakt tussen de monistische opvatting van de medezeggenschap, de ondernemingsraad enkel bezien als vertegenwoordiger van het personeel, en de dualistische variant, waarbij de raad tot taak heeft de werknemers te vertegenwoordigen, maar eveneens te functioneren als een orgaan van overleg met de ondernemingsleiding in het belang van de onderneming.
In de WOR 19792 verdween de bestuurder uit de ondernemingsraad en werd meer nadruk gelegd op de raad als vertegenwoordiger van de werknemers. Anderzijds diende het element overleg tussen ondernemingsleiding en door de werknemers gekozen vertegenwoordigers gehandhaafd te worden. In de memorie van toelichting3 overwoog de regering dat, indien als uitgangspunt genomen werd dat vertegenwoordiging en overleg beide grondslag dienden te zijn van de samenwerking in de onderneming, het erom ging of op het organisatorische vlak een synthese van deze twee elementen te verwezenlijken was, zodanig dat de bezwaren tegen de toenmalige samenwerkingsstructuur konden worden opgevangen. Aan die bezwaren zou tegemoetgekomen kunnen worden door het element vertegenwoordiging te verbeteren. De taak van de ondernemingsraad is het beoefenen van medezeggenschap over enerzijds het belang van de onderneming en anderzijds de vertegenwoordiging van werknemers, zoals thans tot uitdrukking gebracht in artikel 2 WOR.4