RvdW 2024/880:Ontucht met twee 11-jarige/15-jarige meisjes door 62-jarige/65-jarige eigenaar van viswinkel waar meisjes werkzaam zijn, art. 249 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster (feit 1) en (ontbreken van motivering verwerping) bewijsuitsluitingsverweer m.b.t. verklaringen van getuigen. 2. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster (feit 2) en (ontbreken van motivering verwerping) bewijsuitsluitingsverweer m.b.t. verklaringen van moeder van aangeefster. 3. Schakelbewijsconstructie. Is verklaring van aangeefster m.b.t. feit 1 redengevend als schakelbewijs voor feit 2? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs oordeel m.b.t. betrouwbaarheid van aangeefster is niet onbegrijpelijk. Klacht m.b.t. motivering verwerping bewijsuitsluitingsverweer mist feitelijke grondslag. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. Deze uitkomst wordt niet anders als in schriftuur opgenomen verwijzing naar ‘verklaringen van getuige B’ verbeterd wordt gelezen als ‘verklaringen van getuige D’. ’s Hofs oordeel dat deze verklaringen voor bewijs bruikbaar zijn, is niet onbegrijpelijk. CAG: ’s Hofs oordeel m.b.t. betrouwbaarheid van aangeefster is niet onbegrijpelijk. Klacht m.b.t. motivering verwerping bewijsuitsluitingsverweer mist feitelijke grondslag. Ad 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Door hof genoemde omstandigheden zijn toereikend voor oordeel dat sprake is van dermate specifieke overeenkomsten t.a.v. context en patroon van handelen van verdachte dat verklaring van aangeefster over feit 1 als schakelbewijs kan worden gebruikt voor feit 2. Volgt verwerping.