Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/872
Ondernemingsrecht. Tweede fase enquêteprocedure. Ondernemingskamer oordeelt dat sprake is van wanbeleid bij twee vennootschappen en dat deze bij wijze van definitieve voorziening moeten worden ontbonden. Miskenning dat oordeel wanbeleid en ontbinding alleen kunnen worden uitgesproken op tijdig verzoek van persoon, genoemd in art. 2:355 lid 1 BW? Miskenning dat ontbinding van vennootschappen ultimum remedium is? Motiveringsklachten.
HR 20-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1256
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 september 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
23/04852
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1256, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:714, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑06‑2024
Essentie
Ondernemingsrecht. Tweede fase enquêteprocedure. Ondernemingskamer oordeelt dat sprake is van wanbeleid bij twee vennootschappen en dat deze bij wijze van definitieve voorziening moeten worden ontbonden. Miskenning dat oordeel wanbeleid en ontbinding alleen kunnen worden uitgesproken op tijdig verzoek van persoon, genoemd in art. 2:355 lid 1 BW? Miskenning dat ontbinding van vennootschappen ultimum remedium is? Motiveringsklachten.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/04852
Datum 20 september 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
LAMB SHEPHERD HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: Lamb,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
tegen
1. BYBLOS ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.