Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/876
Afleveren van hennep (art. 3 onder B Opiumwet). Aanhoudingsverzoek door gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep gedaan i.v.m. zakelijke afspraak van verdachte in buitenland, door hof afgewezen op grond dat hof geen noodzaak ziet aanwezigheidsrecht voorrang te geven t.o.v. andere belangen. Afwijzing toereikend gemotiveerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2020/230, m.nt. P.A.M. Mevis m.b.t. beoordelingskader aanhoudingsverzoeken. Aan verzoek tot aanhouding van onderzoek ttz. is door raadsvrouw ten grondslag gelegd dat verdachte weliswaar op de hoogte is van datum van tz. in h.b. en aanvankelijk ook van plan was naar zitting te komen, maar dat hij zakelijke afspraak heeft gemaakt en daarvoor in Scandinavië verkeert. Hof heeft verzoek afgewezen op grond dat hof ‘geen noodzaak (ziet) om aanwezigheidsrecht van verdachte voorrang te geven t.o.v. andere belangen’. Daarin ligt als ’s hofs oordeel besloten dat aan verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid aannemelijk is, maar dat belang dat niet alleen verdachte maar ook samenleving heeft bij doeltreffende en spoedige berechting, zwaarder weegt dan belang van verdachte bij aanwezigheidsrecht. Dat oordeel is, gelet op wat door raadsvrouw aan verzoek ten grondslag is gelegd en mede in aanmerking genomen dat door raadvrouw niet is toegelicht waarom zakelijke afspraak op dat moment doorgang moest vinden, niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.
HR 17-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1168
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 september 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/01350
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1168, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:597, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑06‑2024
Essentie
Afleveren van hennep (art. 3 onder B Opiumwet). Aanhoudingsverzoek door gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep gedaan i.v.m. zakelijke afspraak van verdachte in buitenland, door hof afgewezen op grond dat hof geen noodzaak ziet aanwezigheidsrecht voorrang te geven t.o.v. andere belangen. Afwijzing toereikend gemotiveerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2020/230, m.nt. P.A.M. Mevis m.b.t. beoordelingskader aanhoudingsverzoeken. Aan verzoek tot aanhouding van onderzoek ttz. is door raadsvrouw ten grondslag gelegd dat verdachte weliswaar op de hoogte is van datum van tz. in h.b. en aanvankelijk ook van plan was naar zitting te komen, maar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.