Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/8.8.2
8.8.2 Minnelijke regeling
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652525:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Van Solinge 1998, p. 61; Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/799; Buijn & Storm 2013, p. 1063 en p. 1085; Van Nievelt 2013, p. 49; Veenstra 2013, p. 542.
Glasz 1995, p. 16 en p. 59, voetnoot 215.
Van Wijk 2007, p. 396, voetnoot 97. Zie ook Lemstra 2009, p. 52.
NRC 25 januari 2018.
Zie bijv. HR 17 december 2010 (r.o. 3.2; 4.5.4), NJ 2011/213, m.nt. W.J.M. van Veen; JOR 2011/42, m.nt. J.M. Blanco Fernández (KPNQwest).
HR 17 december 2010 (r.o. 4.1.1-4.1.3), NJ 2011/213, m.nt. W.J.M. van Veen; JOR 2011/42, m.nt. J.M. Blanco Fernández (KPNQwest).
Zie bijv. OK 26 maart 2018 (r.o. 2.6), ARO 2018/107 (MKA-Chirurgen Noordrand Rotterdam).
Het onderzoeksverslag en het oordeel van de Ondernemingskamer over wanbeleid, de verantwoordelijkheid daarvoor, en/of kostenverhaal kunnen ook dienen als pressiemiddel ter forcering van een schikking.1 Zo werd in Ogem en Bredero geschikt na een aansprakelijkstelling van de voormalige bestuurders en commissarissen door de curatoren.2 In Ahold en Unilever werden claims van beleggers geschikt.3 En ook in Meavita schikten bestuurders en commissarissen na geruime tijd met de enquêteverzoekers, tevens directe financiers, de curatoren en de vakbonden.4
Een schikking kan ook reeds gedurende de enquêteprocedure worden bereikt, bijvoorbeeld na het verschijnen van het onderzoeksverslag. Wordt een minnelijke regeling bereikt waarmee het geschil dat partijen verdeeld houdt, definitief wordt beslecht, dan kan aan het onderzoek of de vaststelling wanbeleid geen behoefte (meer) bestaan. De beëindiging van de enquêteprocedure kan ook een opschortende schikkingsvoorwaarde zijn.5 De enquêteverzoeker kan een eenmaal bevolen enquête echter niet zelfstandig doen eindigen door de intrekking van het enquêteverzoek op de voet van art. 283 Rv. De Ondernemingskamer kan de enquête in een dergelijk geval wel beëindigen op verzoek van de meest gerede partij,6 of ambtshalve (par. 2.2.2.3). Voorziet een minnelijke regeling slechts in de oplossing van een deelgeschil,7 dan kan behoefte blijven bestaan aan de enquêteprocedure.
Onder omstandigheden is verder denkbaar dat de enquêteprocedure dient als opstap naar een schikking als bedoeld in art. 7:907 BW. Een enquête verzocht door een 305a-organisatie (par. 6.5.2.5) kan daarbij dienen als voortraject voor de totstandkoming van een collectieve schikking.8