Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/15
15 De invloed van de Franse Code de Procédure Civile
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS394686:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Voetnoten
Voetnoten
Van Rhee, Pro memorie. Bijdragen tot de Rechtsgeschiedenis der Nederlanden 2003, p. 66.
Van Rhee, Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis 2000, p. 331.
Heemskerk 1974, p. 5.
Parser 1903, p. 176 en 177: ‘En het verwondert ons thans dan ook niet meer, dat zoo spoedig na 1838 een eisch tot declaratoir vonnis voorkomt, waarvan men het afwijzen alleen heeft te beschouwen als een uiting van trots en voldaanheid met de nieuwe wetgeving en een angst zich toch zooveel mogelijk daaraan te houden.’
Parser verwijst ook naar ook Rb. Maastricht 8 maart 1855, R. Bijbl. 1856, p. 638 en Hof Noord- Holland 5 januari 1854, R. Bijbl. 1855, p. 209.
De wetsontwerpen van begin negentiende eeuw, zoals de Algemeene Manier van Procedeeren, droegen nog een duidelijk Nederlands karakter, maar vanaf circa 1820 lieten rechtsgeleerden zich bij de codificatie van het civiele (proces)recht vooral inspireren door de Franse Code de Procédure Civile van 1806.1 Dat is duidelijk terug te zien in het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering uit 1838, dat in belangrijke mate een kopie is van de Code de Procédure Civile.2 In het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering uit 1838 is de vordering die strekt tot een verklaring voor recht niet opgenomen.3 Volgens Parser heeft de invoering van dit wetboek invloed gehad op de toelaatbaarheid van declaratoire vonnissen.4 Rechters werden terughoudend met het wijzen van declaratoire vonnissen. Parser verwijst ter onderbouwing van zijn stelling onder andere5 naar een arrest van het hof van Noord-Holland van 2 september 1847, R. Bijbl. 1847, p. 81:
‘dat, de actie tot schadevergoeding wegvallende (1), alleen het declaratoir gedeelte tot erkenning van recht blijft bestaan, maar dat zoodanige declaratoria van den rechter, welke voor geene executie zoude vatbaar zijn, eene sententia mere declaratoria zoude daarstellen, bij de wet geheel onbekend en alzoo geenszins op zichzelve te geven.’