Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.G.2.b
b. Rapporten en pilots
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS473732:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Hierna tevens: het rapport. Het rapport is te raadplegen op http://www.binnenlandsbestuur.nl/Uploads/2013/5/1301-Factsheet-Proces.pdf, datum inzage 27 juli 2013.
Kadaster, Op weg naar een wettelijke regeling. Stedelijke herverkaveling, april 2013, p. 9.
Vergelijk o.m. de verlaging van het tarief van de overdrachtsbelasting voor woningen, zie besluit van 25 mei 2012, BLKB 2012/863M, Stct. 2012, nr. 10885, de (tijdelijke) verlaging van het BTW-tarief voor renovatie- en herstelwerkzaamheden aan woningen, zie Kamerstukken II 2012/2013, 32847, nr. 42 en de verruiming van de ‘verhuisregeling’ in de inkomstenbelasting (art. 3.111 lid 3 Wet IB 2001), zie Kamerstukken II 2012/2013, 33405, nr. 26. Zie tevens W.l. de Vries, ‘Goederenrechtelijke hulpinstrumenten: contractuele mandeligheid bij kleinschalige gebiedsontwikkeling?’.
Dit stemt mij, als kavelruil-adept, uiteraard tevreden: net als bij de historische ontwikkeling van de ruilverkaveling, vormt ook hier vrijwilligheid de basis. Zie tevens onderdeel C.5 van het vorige hoofdstuk.
Aldus http://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikel/1277-de-partijen-te-velde-moeten-het-doen, datum inzage 28 juli 2013. Eén van de pilotgebieden betreft overigens de Spoorzone te Nijmegen. Zie tevens H. de Wolff, ‘Vaart brengen in gebiedsontwikkeling via ‘Stedelijke herverkaveling”, Technische Universiteit Delft, 5 december 2013, p. 8.
H. de Wolff, ‘Vaart brengen in gebiedsontwikkeling via ‘Stedelijke herverkaveling”.
Het rapport is als bijlage opgenomen bij Kamerstukken II 2013/2014, 27581, nr. 47.
Zie H. de Wolff, ‘Vaart brengen in gebiedsontwikkeling via ‘Stedelijke herverkaveling”, p. 6.
Als volgende stap publiceerde het Kadaster in april 2013, samen met de Radboud Universiteit, Technische Universiteit Delft, de Ministeries van Infrastructuur en Milieu en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en diverse marktpartijen het rapport ‘Op weg naar een wettelijke regeling’.1 In dit rapport wordt stedelijke herverkaveling als volgt omschreven:
“Stedelijke herverkaveling is een instrument dat faciliteert bij grondruil bij gebiedsontwikkeling. Hierbij geldt dat het instrument wordt ingezet om publieke doelen te realiseren op schaal van gebiedsniveau, zoals de realisatie van in een omgevingsplan vastgelegde juncties als wonen, bedrijven, infrastructuur, maar ook ter bestrijding van verpaupering, verrommeling en leegstand. Dit wordt gedaan door hen die willen ontwikkelen hiervoor in de juiste grondpositie te brengen (letterlijke en figuurlijke positie) en tegelijkertijd de rechten van ieder individu dat hierbij geraakt wordt te waarborgen. Het instrument mag alleen worden ingezet als dit op gebiedsniveau (relatief) waarde toevoegt.”2
Uit het voorgaande blijkt onder meer de multifunctionele inzetbaarheid van de stedelijke herverkaveling, net zoals dat bij de ‘traditionele herverkaveling’ binnen het landelijk gebied het geval is. Het herverkavelinginstrument kan in de stedelijke sfeer onder meer worden ingezet voor het realiseren van woningen, winkels of publieke ruimten maar ook om bijvoorbeeld leegstand in kantoren en detailhandel aan te pakken. Daarmee past het instrument goed in het huidige (economische) tijdsbeeld: de stedelijke herverkaveling kan een oplossing bieden voor de problemen in de vastgoedsector, die door de overheid niet of slechts moeizaam kunnen worden bezworen.3 Het instrument kan daarbij dienen als ‘aanjager’ van het economisch herstel.
Parallel aan de publicatie van het rapport omtrent stedelijke herverkaveling zijn de rijksoverheid en een aantal gemeenten – samen met de universiteiten van Delft en Nijmegen – met een tiental pilots begonnen om stedelijke herverkaveling op vrijwillige basis4 in de praktijk uit te proberen. De pilots zijn bedoeld ter lering, waarbij tevens bekeken wordt tegen welke beperkingen de verschillende deelnemende partijen aanlopen. Bovendien wordt onderzocht onder welke voorwaarden grondeigenaren in de ‘pilot-gebieden’ bereid zijn om grond tegen elkaar uit te ruilen.5
Op 5 december 2013 verscheen vervolgens een rapport van De Wolff, getiteld: Vaart brengen in gebiedsontwikkeling via ‘Stedelijke herverkaveling’.6 In dit rapport, opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, alsmede het Ministerie van Buitenlandse Zaken7 is, aan de hand van reflectie op praktijkgevallen waar versnipperde eigendom problemen met zich meebrengt, onderzoek gedaan naar de mogelijke betekenis van een wettelijk instrument ‘stedelijke herverkaveling’. Eén van de uitkomsten van dit onderzoek is dat het denken over stedelijke herverkaveling zeker niet nieuw is (zie tevens onderdeel e hierna), maar dat de context van stedelijke ontwikkeling thans dermate is, dat er voldoende ruimte is voor een concept als stedelijke herverkaveling. Voorts wordt geconcludeerd dat een herverkavelingsachtige regeling een bijdrage zou kunnen leveren aan stedelijke ontwikkeling en planrealisatie, doordat door de inzet van de herverkaveling schadeloosstelling kan worden voorkomen: belemmerende eigendomsposities kunnen namelijk worden herverkaveld en aldus worden verplaatst binnen het plangebied.8