Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.2.3.2
2.2.3.2 Geen ‘bureaucratische rechtsstaat’ maar een ‘responsieve rechtsstaat’
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661384:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Scheltema 2018; Scheltema 2021, p. 810.
Scheltema 2021, p. 810.
Scheltema 2018, p. 120; Vgl. Scheltema 2015, p. 287.
Scheltema 2018, p. 121.
Scheltema 2015; Scheltema 2018, p. 121.
Scheltema 2018, p. 121.
Scheltema 2019a, par. 4.
Zie voorbeelden in Scheltema 2021, p. 810-811, 815; Scheltema 2020b.
Zie Jaarverslag Raad van State 2020, par. 5; Scheltema’s responsieve rechtsstaat wordt bijvoorbeeld als uitgangspunt genomen in Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken 2021, p. 18-19; Conclusie Wattel en Widdershoven 7 juli 2021, nr. 202006932/3/A3, 202002668/2/A3 en 202000475/2/A3, par. 2.3;. Gribnau 2018; Reflectierapport van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 2021; Werkgroep reflectie toeslagenaffaire rechtbanken 2021; conclusie van A-G Niessen 15 mei 2020, nr. 19/03705, BNB 2020/133, punt 3.42 e.v.
Bijv. Gribnau 2018; Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken 2021, p. 18-19; Meijerman 2021a, par. 5.4.
Zie Gribnau 2019 ; Gribnau 2020, onder ‘Public governance’ en ‘Afronding’; Gribnau 2018, par. 2.
Nijenhuis 2018, p. 147.
Recenter heeft Scheltema’s zijn theorie over de rechtsstaat nader uitgewerkt aan de hand van de tegenstelling tussen enerzijds de ‘bureaucratische rechtsstaat’ en anderzijds de ‘empathische rechtsstaat’. De rechtsstaat moet volgens hem niet autonoom of bureaucratisch zijn, maar responsief en empathisch.1 In de bureaucratische rechtsstaat staat het interne perspectief van juristen en de overheid voorop, aldus Scheltema.2 In de bureaucratische rechtsstaat worden regels toegepast en procedures gevolgd, maar ervaart de burger de overheid ‘als een bureaucratisch bolwerk’ en merkt de burger niet dat het uiteindelijk om hem – en niet de overheid – te doen is.3 In zo’n rechtsstaat zal de burger niet altijd de waarden van de rechtsstaat ervaren. De bureaucratische rechtsstaat gaat uit van een ideaalbeeld van de burger, schetst Scheltema:
‘(…) de bureaucratische rechtsstaat (…) als een constructie die vanuit het klassiek juridische perspectief voldoet aan de eisen van de rechtsstaat, maar die ervan uitgaat dat de burger steeds over adequate bureaucratische vaardigheden en veel redzaamheid beschikt.’4
Volgens Scheltema dient de rechtsstaat daarentegen een responsieve rechtsstaat te zijn.
‘Een responsieve rechtsstaat zou ik willen omschrijven als een rechtsstaat, waarin de burger ervaart dat het bij de rechtsstaat om hem te doen is. In de rechtsstaat is de overheid een dienende overheid. Dat betekent niet dat de burger altijd krijgt wat hij wil – ook de burger begrijpt dat hij niet beter behandeld kan worden dan zijn buurman – maar het betekent wel dat hij merkt dat hij serieus wordt genomen.’5
‘De responsieve rechtsstaat zou men kunnen typeren als een rechtsstaat die zich richt op de burger zoals die echt bestaat. Dat is de burger die zo veel mogelijk zijn eigen keuzes wil maken, maar die niet altijd slim, daadkrachtig en rationeel reageert.’6
‘In de responsieve rechtsstaat gaat het erom dat de burger die garanties [TC: van de rechtsstaat] ook daadwerkelijk ervaart, dat hij bij zijn contacten met de overheid merkt dat het bij de rechtsstaat uiteindelijk om hem gaat.7
In een responsieve opvatting van de rechtsstaat is dus de overheid een dienende overheid, die het perspectief van de burger serieus neemt (paragraaf 2.2.4). Dan ervaart de burger dat de rechtsstaat er voor hem is. Dan wordt de burger door het recht beschermd, en niet door het recht – dat hem juist zou moeten beschermen – in de knel gebracht.8 De burger ervaart dan de waarden die de rechtsstaat waarborgt.
Scheltema’s visie op de rechtsstaat wordt beschouwd als norm voor hoe vandaag de dag de rechtsstaat eruit zou moeten zien, zo laten diverse instituties zien in hetgeen zij nastreven.9 Zijn opvattingen zijn bovendien doorgedrongen in (literatuur over) het (belasting)recht.10
Toegespitst op de Belastingdienst, brengt een responsieve houding van de overheid mee dat de Belastingdienst rekening dient te houden met de belangen en behoeften van de burger.11 De Belastingdienst hoort, zo beschrijft Nijenhuis, een ‘empathische Belastingdienst’ te zijn, wat inhoudt:
‘Een empathische Belastingdienst koestert de gift van vertrouwen van belastingplichtigen. Hij weet dat de keerzijde van naleving een set van afspraken is, gebaseerd op een goede relatie. Wanneer de Belastingdienst zich niet aan zijn deel van de afspraken houdt, geen recht doet, stagneert de naleving. Burgers en bedrijven verwachten dat de Belastingdienst hen rechtmatig en fatsoenlijk behandelt. Ze verwachten dat de Belastingdienst hen begrijpelijk informeert over wat ze moeten weten om na te leven. Ze rekenen op ondersteuning die past bij hun voorkeur en behoefte. Ze rekenen op begrip bij fouten door onwetendheid en ruimte om die te herstellen. Ze willen als mens worden behandeld: efficiënt en effectief als het kan, persoonlijk als het moet. Ze doen graag zaken met een Belastingdienst met een empathisch voorkomen.’12
In de context van het optreden van de Belastingdienst zien responsiviteit en empathie dus op onder meer de relatie met belastingplichtigen, vertrouwen, rechtmatigheid, begrip, fatsoen, evenals begrijpelijke communicatie.