Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.2.5.0:5.2.5.0 Introductie
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.2.5.0
5.2.5.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In artikel 2 lid 3 Wet HOF is neergelegd dat het trendmatig begrotingsbeleid wordt gevoerd met inachtneming van de Europese begrotingsregels die zijn uitgewerkt in sub a tot en met d. Artikel 2 lid 3 Wet Hof luidt als volgt:
Het voeren van het trendmatig begrotingsbeleid geschiedt voorts:
met inachtneming van:
de geldende MTO voor het structureel EMU-saldo;
de binnen de Europese Unie geldende norm voor het feitelijk EMU-saldo;
de binnen de Europese Unie geldende norm voor de feitelijke EMU-schuld;
met inachtneming van de binnen de Europese Unie vastgestelde procedures voor het respecteren van de onder a genoemde elementen;
rekening houdend met de door een van de instellingen van de Europese Unie aan de lidstaat Nederland gegeven aanbevelingen voor het respecteren van de onder a bedoelde MTO en normen, en
rekening houdend met de nationale normen en internationale normen voor het meerjarig geprognosticeerde feitelijk EMU-saldo.
Het kabinet heeft ervoor gekozen om geen cijfermatige (Europese) begrotingsregels op te nemen in de Wet HOF maar enkel te verwijzen naar de betreffende Europese normen en de landenspecifieke middellange termijndoelstelling. De reden die het kabinet daarvoor geeft is gelijkluidend aan het argument dat het kabinet aandraagt voor waarom zij geen specifieke begrotingsregels wil opnemen in de wet: een algemene verwijzing voorkomt dat eventuele toekomstige wijzigingen in het Stabiliteits- en Groeipact zouden moeten leiden tot een wetswijziging.1