Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.2.3.3
3.2.3.3 Beschikken over een aandeel in de gemeenschap
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS391767:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Ktr. Amsterdam 9 mei 1952, NJ 1953/151.
Van Zeben & Du Pon, Boek 3 1981, p. 314.
Volgens Slagter, GS Personenassociaties II.I.10.2 (online, laatst bijgewerkt op 1 oktober 2008) ontstaat een potovereenkomst; Essers noemt de constructie een pot- en poolovereenkomst (de ‘overeenkomst waarbij partijen zich verbinden om bepaalde inkomsten, die ieder van hen met eigen activiteiten verricht, samen te voegen, teneinde deze in een onderling overeengekomen verhouding te verdelen’) in zijn noot onder 4 bij HR 12 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2098, BNB 1997/176, m.nt. P.H.J. Essers. Als de overeenkomst tussen de maat en de ondermaat aan de eisen van vennootschap voldoet, dan kan tussen de maat en de ondermaat sprake zijn van een daadwerkelijke (onder)maatschap.
HR 15 december 1961, NJ 1962/48; Van Solinge 1974, p. 137.
Van Solinge 1976, p. 144-145.
Een aandeel van een vennoot in de vennootschappelijke gemeenschap (d.w.z. in ieder vennootschappelijk goed afzonderlijk) heeft een sterk persoonlijk karakter en is daarom, in elk geval zolang de vennootschappelijke band bestaat,1 zonder toestemming van de overige deelgenoten onoverdraagbaar in de zin van art. 3:83 BW.2Art. 7A:1678 BW kan niet zo worden gelezen dat een vennoot zijn aandeel (of een aandeel daarin) mag vervreemden; hij mag wel met een derde overeenkomen dat die derde deelt in de winst/het verlies van de vennoot, maar hij mag een derde niet als medelid in de VOF toelaten.3 De ‘ondermaat’ wordt dan ook niet rechtstreeks gerechtigd tot het bovenliggende vennootschappelijk vermogen. Het aandeel in de gemeenschap valt ook niet in enige huwelijks- of partnerschapsgemeenschap, waardoor onder meer geen medewerking van de echtgenoot van een vennoot nodig is bij verdeling van de gemeenschap.4 Het aandeel valt wél in een nalatenschap, maar de positie van vennoot vererft in beginsel niet.5 Omdat het aandeel in de gemeenschap in beginsel onoverdraagbaar is, kunnen bepalingen als art. 3:86 BW die een verkrijger trachten te beschermen tegen beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder de verkrijger niet baten.