Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/2.2.4
2.2.4 Internationaal
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS577971:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Handvest van de grondrechten van de EU, 18 december 2000 Pbl. EG C-364/15.
Art. 34 Handvest Grondrechten EU.
Nederland is lid sinds de oprichting in 1949, Duitsland sinds 1950.
Art. 3 ESH bepaalt verder dat de uitbreiding van bedrijfsgezondheidsdiensten, met hoofdzakelijk preventieve en adviserende functies, voor alle werknemers moet worden bevorderd, om veilige en gezonde arbeidsomstandigheden te waarborgen.
Europese Code inzake Sociale Zekerheid, Straatsburg 16 april 1964, Trb.1965, 53. Ook in de wel door Nederland getekende maar nog niet in werking getreden herziene versie van de Code is een soortgelijke bepaling over re-integratie opgenomen (art. 36 lid 3, Trb.1993,123).
Decent Work op de Agenda. Nederland en de normen van de Internationale Arbeidsorganisatie, Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maart 2008, p.9.
International Labour Organization.
ILO-Verdrag nr.121, De prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, i.w.tr. 2 augustus 1966, Trb. 1966, 137 en Trb. 1982, 48 en ILO-Verdrag nr. 130 Geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte, i.w.tr. 17 januari 2006, tekst gepubliceerd in Trb.1970, 136.
Art. 4 jo. 9 jo. 10 lid 2 ILO-Verdrag nr. 121 en art. 8 jo. 9 jo. 10ILO-Verdrag nr. 130.
Een bedrijfsarts is ook een specialist (www.knmg.nl, sociale geneeskunde - specialisme bedrijfsgeneeskunde).
Art. 1 ILO-Aanbeveling R99, 1955.
Art. 1 lid 1 ILO-Verdrag nr. 159, i.w.tr. 15 februari 1989, Trb. 1997, 212.
Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van 13 december 2006, i.w.tr. 30 maart 2007, Trb. 2007, 169.
Art. 1 VN Gehandicaptenverdrag.
In EU-regelgeving is aandacht voor re-integratie maar moeilijk te bespeuren. In 2007 is het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie ondertekend, als bijlage bij het Verdrag van Lissabon.1 In het Handvest wordt in het algemeen het recht op socialezekerheidsvoorzieningen bij ziekte, arbeidsongevallen en bij verlies van arbeid erkend en geëerbiedigd.2 Welke voorzieningen of waartoe die moeten leiden, wordt niet gespecificeerd, maar denkbaar is dat hiertoe ook re-integratie behoort. In artikel 26 Handvest wordt voor personen met een handicap het recht erkend en geëerbiedigd, op maatregelen die onder meer beogen hun ‘beroepsintegratie’ te bewerkstelligen. In Richtlijn 2000/78/EG is voor wat betreft de deelname in arbeid opgenomen
‘dat de werkgever, naargelang de behoefte, in een concrete situatie passende maatregelen neemt om een persoon met een handicap in staat te stellen toegang tot arbeid te hebben, in arbeid te participeren of daarin vooruit te komen dan wel om een opleiding te genieten, tenzij deze maatregelen voor de werkgever een onevenredige belasting vormen.’ 3
Dit kan worden gezien als een EU-definitie. Binnen de Raad van Europa is het recht van personen met een handicap op onafhankelijkheid, sociale integratie en participatie in het gemeenschapsleven ook erkend.4 In het Europees Sociaal Handvest is in artikel 15 de plicht opgenomen om toegang tot werk te bevorderen door ‘alle maatregelen te treffen die beogen werkgevers aan te moedigen personen met een handicap in een normale werkomgeving in dienst te nemen en in dienst te houden.’ Ook moeten de arbeidsomstandigheden worden aangepast aan de behoeften van de personen met een handicap.5 Voor Nederland is daarnaast de Europese Code inzake sociale zekerheid van kracht, waarin de Raad van Europa de minimumnormen stelt waaraan een stelsel van sociale zekerheid moet voldoen. Artikel 34 lid 3 verplicht tot het garanderen van geneeskundige zorg die moet strekken tot ‘instandhouding, herstel of verbetering van de gezondheid van de beschermde persoon, alsmede van diens geschiktheid om te werken en om te voorzien in zijn persoonlijke behoeften.’6
Nederland is tevens lid van de Internationale Arbeidsorganisatie sinds de oprichting in 1919.7 Ik zal hierna de meer gebruikelijke Engelse afkorting ILO8 gebruiken. In twee verdragen die Nederland heeft geratificeerd (ILO-Verdragen nr. 121 en 130)9 wordt aandacht geschonken aan ‘medical care’ die moet worden gegeven aan de werknemer ‘with a view to maintaining, restoring or…improving the health…and his ability to work…’.10 De ‘medical care’ moet ten minste bestaan uit zorg door een specialist (dus ook een bedrijfsarts)11 en zorg bij een arbeidsongeval. ILO-Verdrag nr. 159 spreekt verder over de plicht tot ‘vocational rehabilition’ (beroepsrevalidatie) voor ‘disabled’, waarmee wordt bedoeld ‘that part of the continuous and co-ordinated process of rehabilitation which involves the provision of…vocational guidance, vocational training and selective placement’.12 Dit verdrag richt zich op ‘disabled’: ‘an individual whose prospects of securing, retaining and advancing in suitable employment are substantially reduced as a result of a duly recognised physical or mental impairment.’ Daaronder kunnen ook arbeidsongeschikte werknemers vallen. Het doel bij deze groep moet zijn ‘to secure, retain and advance in suitable employment and thereby to further such person’s integration or rein-tegration into society.’13
Nederland is daarnaast gebonden aan het VN Gehandicaptenverdrag.14 Onder ‘gehandicapten’ worden in het verdrag verstaan ‘personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen’,15 waaronder ook arbeidsongeschikte werknemers kunnen vallen. Uit artikel 26 van het Verdrag is af te leiden dat Staten die partij zijn de zorgplicht hebben gehandicapten ‘te ondersteunen bij het vinden, verwerven en behouden van werk, dan wel de terugkeer naar werk’ en ‘de beroepsmatige en professionele re-integratie van en programma’s ten behoeve van het behoud van hun baan en terugkeer naar werk voor personen met een handicap te bevorderen’.