Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/7.5
7.5 Kan aan een uitkering de uit- of insluitingsclausule of een testamentair bewind worden verbonden?
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232278:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Hetzelfde geldt voor titel 7.3 BW ten aanzien van schenkingen. De plaats van behandeling in de wet zal er wel debet aan zijn dat de uitsluitingsclausule doorgaans wordt besproken in het kader van het huwelijksvermogensrecht en nauwelijks in het licht van het erfrecht. Dit is in die zin vreemd, dat behandeling bij het huwelijksvermogensrecht weliswaar juist is omdat de uitsluitingsclausule zijn oorzaak vindt in het huwelijksvermogensrecht, maar de uitsluitingsclausule pas werking krijgt ten gevolge van het erfrecht.
Ter bevordering van de leesbaarheid, wordt hier alleen artikel 1:94 lid 4 BW besproken. Vanzelf geldt een en ander ook voor de toepassing van artikel 1:134 BW, ten aanzien van verrekenbedingen. Overigens is artikel 1:134 BW de codificatie van de regel die al voortvloeide uit HR 21 november 1980, NJ 1981/193, m.nt. E.A.A. Luijten (uitsluitingsclausule dwingt).
Wie in Boek 4 BW1 zoekt naar de bevoegdheid voor de erflater te bepalen dat een erfrechtelijke verkrijging niet in de wettelijke gemeenschap van goederen valt, komt bedrogen uit. Dat een uitsluitingsclausule tot de mogelijkheden behoort, weten wij slechts doordat in artikel 1:94 lid 4 BW2 het gevolg van de uitsluitingsclausule wordt genoemd. Algemeen wordt aangenomen dat daardoor de uitsluitingsclausule past binnen het gesloten stelsel van artikel 4:42 lid 1 BW (zie hierover 3.2.1.1). Zo eist artikel 4:42 lid 1 BW niet dat de wet een uitdrukkelijke bevoegdheid geeft tot het maken van een bepaalde uiterste wilsbeschikking. Het is voldoende dat de wet, waar dan ook, een beschikking aanmerkt als uiterste wilsbeschikking.
Ook de vraag of een testamentair bewind kan worden ingesteld over een uitkering door een bij dode opgerichte stichting is niet direct duidelijk. Als de uitkering een legaat betreft, is een testamentair bewind zonder meer mogelijk, zo volgt uit artikel 4:153 BW.3 De vraag is echter of dat ook geldt voor uitkeringen die als lastbevoordeling moeten worden beschouwd.
Hierna onderzoek ik de mogelijkheden tot het onder testamentair bewind stellen van lastbevoordelingen en tot het opleggen van een uit- of insluitingsclausule aan een uitkering door een stichting. Ik begin met de uit- en insluitingsclausule.
7.5.1 De bevoegdheid tot het verbinden van een uit- en insluitingsclausule aan uitkeringen7.5.2 Over uitkeringen kan een testamentair bewind worden ingesteld