Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/4.7.2
4.7.2 Het verbod op bepaalde besluitvorming
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196932:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 24 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1626, ARO 2017/92 (Fortuna).
De onmiddellijke voorziening greep dus niet aan op de besluitvorming in het bestuur.
Dat was meteen de enige taak van deze commissaris, zo blijkt uit het dictum. Het is opmerkelijk dat deze commissaris geen lid werd van de raad van commissarissen (OK 24 april 2017 (Fortuna), r.o. 3.18).
OK 14 oktober 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8659, ARO 2011/158 (Body Control Concepts).
Het verbod luidt: “om besluiten te nemen die wijziging brengen in de samenstelling van het bestuur van de vennootschap, behoudens met unanieme stemmen”.
OK 20 mei 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2197, ARO 2008/106; JOR 2008/158 (ASMI). Het is de eerste beschikking in die zaak.
Zij waren samen goed voor ongeveer 28,5% van de stemrechten.
Meer dan 29% van de stemrechten.
Alsof Stichting Continuïteit ASMI geen preferente aandelen hield.
Overwogen werd dat het overleg tussen aandeelhouders en het bestuur over de koers van de vennootschap niet voldragen was. Tijd en ruimte voor voorgezet overleg waren wenselijk. De beoogde vervanging van bestuurder en commissarissen dreigde dat te doorkruisen. Besluiten tot vervanging moesten daarom voorkomen worden. Anderzijds mocht aan de aandeelhouders niet geruime tijd het recht worden onthouden om besluitvorming door de algemene vergadering van aandeelhouders tot stand te doen brengen. En ze mochten niet in onzekerheid blijven over de gerechtigdheid van Stichting Continuïteit ASMI om in die besluitvorming te participeren.
De rechter hield de vinger aan de pols: partijen werd opgedragen om halverwege die termijn “mededelingen te doen omtrent de uitkomst van het in de rechtsoverwegingen bedoelde voortgezette overleg”, zodat zonodig vóór het verstrijken van de termijn voor de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders een terechtzitting kon worden gehouden. Het geschil zou door het overleg overigens niet worden opgelost.
OK 13 december 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BG8497, ARO 2008/1 (e-Traction). Dit is chronologisch de vierde beschikking in deze zaak. In de eerste beschikking (OK 16 oktober 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BG8496, ARO 2007/166) en de derde beschikking (OK 5 december 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BD4242, ARO 2007/191, strekkend tot herstel van twee misslagen) was een enquête bevolen bij e-Traction Europe en haar twee dochtervennootschappen, was bij e-Traction Europe een bestuurder benoemd en waren haar drie bestuurders geschorst. De geschorste bestuurders Le Comte en Heinen waren tevens kapitaalverschaffer. Le Comte oefende samen met Heinen het bestuur uit over de vennootschap die de aandelen hield in e-Traction Europe B.V. De door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder had voor een algemene vergadering van aandeelhouders het aantrekken van kapitaal en de vrijwaring ten behoeve van hemzelf geagendeerd. Le Comte verzocht ook het ontslag van Heinen en de derde - geschorste - bestuurder te agenderen en hij dreigde met aansprakelijkstelling van de benoemde bestuurder. Die laatste wilde zijn bestuurderschap slechts voortzetten als de aansprakelijkstelling van tafel zou zijn. Toen hem geen vrijwaring werd gegeven verzocht hij de Ondernemingskamer hem van zijn functie te ontheffen. De verzoekers tot enquête (werknemers aan wie op de voet art. 2:346 sub c (oud) BW de enquêtebevoegdheid was verleend; vgl. 2.5.2.) verzochten daarop om bij wijze van onmiddellijke voorziening te bepalen dat alle betrokken partijen de benoemde bestuurder moesten vrijwaren. Heinen en de derde geschorste bestuurder verzochten om een verbod om de vergadering te houden op de geplande datum, overdracht ten titel van beheer van de aandelen in e-Traction Europe en, in afwachting van die overdracht, een verbod op het uitoefenen van het stemrecht op die aandelen. De verzoeken werden behandeld op de dag van de algemene vergadering van aandeelhouders, voorafgaand aan die vergadering. De Ondernemingskamer deed onmiddellijk uitspraak.
Deze beschikking is gegeven voordat het uitgangspunt werd, dat de beschikking waarin de rechter overdracht ten titel van beheer uitspreekt, de aandelen doet overgaan. Zie 4.6.
OK 14 december 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4577, ARO 2008/2 (e-Traction). De overwegingen behelzen dat de conflicten tussen Le Comte enerzijds en de andere kapitaalverschaffers anderzijds zich zullen manifesteren in de aandeelhoudster (r.o. 3.15). Het verzoek, gericht op vrijwaring van de benoemde bestuurder van aansprakelijkstellingen, is niet toewijsbaar “omdat de gevraagde voorzieningen niet naar haar aard als voorlopig kunnen worden aangemerkt en een voorziening niet kan worden getroffen met bindend effect jegens niet in het geding betrokken derden”. De Ondernemingskamer beëindigde de benoeming van benoemde bestuurder en, om te voorkomen dat de vennootschap zonder bestuurder zou zijn, de schorsing van bestuurder Heinen.
Zie over onomkeerbare gevolgen van onmiddellijke voorzieningen 3.11.
[153] In het geval van Fortuna Entertainment Group werd het de algemene vergadering van aandeelhouders verboden te stemmen over de goedkeuring van een voorgenomen overnametransactie.1 Het betrof een besluit van het bestuur waarvoor op grond van artikel 2:107a BW goedkeuring van de aandeelhouders nodig is.2 De voorzieningen waren erop gericht dat (alsnog) toereikende informatie aan de aandeelhouders kon worden verschaft en alsnog op juiste wijze besluitvorming zou plaatsvinden. In het dictum is zeer concreet vermeld dat het gaat om “agendapunt 3” in de vergadering van “26 april 2017”. Tegelijkertijd werd een commissaris benoemd met exclusieve bevoegdheid om te beslissen over de informatievoorziening aan de aandeelhouders.3
Bij Body Control Concepts Holding had de algemene vergadering van aandeelhouders unaniem besloten tot ontslag van een van de bestuurders.4 Er was een nieuwe bestuurder benoemd. Nu stuurde een aandeelhouder aan op agendering van het ontslag van die nieuwe bestuurder en benoeming van een nieuw bestuur. De Ondernemingskamer achtte een nieuwe wijziging in het bestuur niet in een belang van (de continuïteit van) de onderneming en verbood de algemene vergadering van aandeelhouders daartoe te besluiten, tenzij unaniem.5
[154] De zaak ASMI biedt een voorbeeld van een verbod op bepaalde besluitvorming gedurende een bepaalde periode.6 Enkele aandeelhouders hadden gedurende enige tijd met het bestuur en de commissarissen overlegd over de strategie.7 Op verzoek van een van die aandeelhouders werd het ontslag van de bestuurder en enkele commissarissen alsmede de benoeming van vervangende functionarissen geagendeerd voor de algemene vergadering van aandeelhouders. Voorafgaand aan de vergadering verkreeg Stichting Continuïteit ASMI prefe-rente aandelen.8 De aandeelhouder op wiens initiatief de punten waren geagendeerd wilde kunnen vergaderen volgens de oude stemverhouding.9 Men verzocht de Ondernemingskamer om daarop gerichte maatregelen. Het werd de algemene vergadering van aandeelhouders verboden om tijdens de uitgeschreven vergadering besluiten te nemen over het geagendeerde ontslag en de benoeming van bestuurder en commissarissen.10 Tegelijkertijd werd ASMI bevolen om op een termijn van uiterlijk acht weken een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders te doen plaatsvinden waarin over die agendapunten zou kunnen worden besloten.11
De Ondernemingskamer beschrijft verboden besluitvorming en de periode waarvoor zo’n verbod geldt niet altijd zo concreet als in de beschikking in de zaak ASMI. In de zaak van e-Traction Europe B.V. werd het de algemene vergadering van aandeelhouders verboden “enig besluit te nemen” totdat de Ondernemingskamer zou hebben beslist op een aantal verzoeken, waaronder verzoeken tot het treffen van (andere) onmiddellijke voorzieningen.12 Overwogen werd dat het noodzakelijk is “te voorkomen dat zich een situatie kan voordoen die zich niet verdraagt met hetgeen de Ondernemingskamer eerder met betrekking tot onmiddellijke voorzieningen heeft beslist of dienaangaande zal beslissen”.13 De volgende dag beval de Ondernemingskamer overdracht ten titel van beheer van de aandelen in het kapitaal van e-Traction Europe B.V.14
Een tijdelijk verbod op besluitvorming kan meebrengen dat een bepaald besluit de facto niet meer genomen kan worden. Bijvoorbeeld: besluitvorming over een overname zal niet altijd uitgesteld kunnen worden. In zo’n geval heeft een tijdelijk verbod op besluitvorming het onomkeerbare gevolg dat de overname niet plaatsvindt.15