Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/4.2.1.7
4.2.1.7 Wetboek van Koophandel van 1928: bijeenroeping o.g.v. statuten
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649700:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Op grond van art. 46b lid 1 WvK 1928 was het bovendien mogelijk om bij de NV zonder toonderaandelen het wettelijke convocatierecht toe te kennen aan de houder van een groter aandelenbelang dan 10%. Art. 46b lid 1 WvK 1928 bepaalt namelijk dat de artikelen 43c, 43d en 43e bij de NV zonder aandelen aan toonder slechtst toepassing vinden “voor zoverre” de akte van oprichting zulks bepaalt. Hierover verder Dorhout Mees 1933, p. 137. Het huidige recht staat dit niet toe.
HR 11 februari 1932, ECLI:NL:HR:1932:225, NJ 1932, 999 (Patentgeneesmiddelen). Zie hierover verder: Terstegge 2017, p. 231-234.
Terstegge 2017, p. 231-234.
Assink|Slagter 2013, § 44; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 31; Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 205; Dumoulin 1999, p. 126.
Onder ‘vergadergenoten’ verstaat Terstegge personen die in strikt juridische zin geen vergadergerechtigde zijn, maar toch bij de algemene vergadering aanwezig zijn (Terstegge 2017, p. 231-234).
Terstegge 2017, p. 231-234.
Vgl. Timmerman 2018b, p. 14-15. De ‘hordes’ waar Timmerman over spreekt (kort gezegd: bijeenroeping en (wijze van) plaatsing van een onderwerp op de agenda) hoeft de bijeenroepingsgerechtigde niet te nemen.
Net als onder het huidige recht maakt art. 43c WvK 1928 het mogelijk om het wettelijke convocatierecht in de statuten toe te kennen aan de houders van een kleiner aandelenbelang dan 10%.1 Als van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, moet, om tot bijeenroeping te komen, nog wel steeds de weg van art. 43c WvK 1928 (thans art. 2:110:220 BW), en eventueel art. 43d WvK 1928 (thans art. 2:111/2:221 BW) worden gevolgd.2 Hiernaast was het, eveneens net als onder het huidige recht, mogelijk om ex art. 43b WvK 1928 (thans art. 2:109/2:219 BW) in de statuten de bijeenroepingsbevoegdheid aan anderen dan het bestuur en de rvc toe te kennen.3
Terstegge schrijft dat ‘anderen’ geïnterpreteerd moet worden als “zij die ingevolge de wet en de statuten gerechtigd zijn de algemene vergadering bij te wonen en daarin het woord te voeren”.4 Het bijeenroepingsrecht kan op grond van art. 2:109/2:219 BW bijvoorbeeld worden toegekend aan een individuele bestuurder of commissaris, een prioriteitsaandeelhouder of de houder van een bepaalde hoeveelheid aandelen.5 Hoewel zij op grond van de wet wel de algemene vergadering mogen bijwonen (en daarin het woord mogen voeren) kan volgens Terstegge het bijeenroepingsrecht in de statuten niet worden toegekend aan de accountant als bedoeld in art. 2:117 lid 5 BW, de ondernemingsraad en wat Terstegge noemt ‘vergadergenoten’.6 De reden is dat het vergaderrecht van de accountant beperkt is tot het besluit over de vaststelling van de jaarrekening, het recht van de OR om een standpunt te bepalen en dat in de algemene vergadering toe te lichten reactief van aard is, en vergadergenoten het vergaderrecht slechts op uitnodiging hebben.7 In par. 3.3.2.1 geef ik mijn visie op de anderen van art. 2:109/2:219 BW.
Degene die op grond van een statutaire bepaling ex art. 43b WvK 1928 (thans art. 2:109/2:219 BW) het bijeenroepingrecht heeft, stelt de agenda vast voor de vergadering die hij bijeenroept. Het bijeenroepingsrecht impliceert immers, als gezegd, het agenderingsrecht.
In het geval waarin een ander die het bijeenroepingsrecht heeft, een onderwerp dat tot de bestuursbevoegdheid behoort, ter stemming op de agenda van de algemene vergadering zet, geldt volgens mij dat de stemming doorgang mag vinden, maar de uitkomst van de stemming geen rechtsgevolg heeft.8 Zie ook par. 6.3.1.