Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/2.4.2.1
2.4.2.1 De oprichting bij dode van een stichting in België
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232336:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het Belgische recht verstaat onder gift zowel de schenkingen bij leven als testamentaire bevoordelingen in de vorm van een legaat, W.D. Kolkman, ‘Belgisch erfrecht grondig herzien’, TE 2018/4.
Het testament opgemaakt volgens de regels van de Wet houdende goedkeuring van het verdrag houdende eenvormige wet nopens de vorm van een internationaal testament, en van de bijlage, opgemaakt te Washington op 26 oktober 1973, B.S. 11 oktober 1983. Zie over het internationale testament Familiaal Vermogensrecht 2010, nr. 1797-1814. Nederland was geen partij bij dit verdrag.
Van Boven 2014, p. 125 en de daar in noot 120 genoemde literatuur.
Familiaal Vermogensrecht 2010, nr. 1714; Weyts 2004, nr. 32.
Zie artikel 4:130 BW en artikel 4:144 BW.
De mogelijkheid bij dode een stichting op te richten is opgenomen in artikel 2:5 § 3 WVV:
‘IVZW’s en stichtingen worden, op straffe van nietigheid, opgericht bij authentieke akte. Indien de oprichting van de stichting in de vorm van een testament gebeurt, kan de stichting giften bij testament verkrijgen niettegenstaande artikel 906, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.’1
Het authentiek testament waarbij de stichting kan worden opgericht, wordt verleden ten overstaan van een notaris. Bij het in België ook bekende internationale testament,2 kan geen stichting worden opgericht, zo wordt algemeen aangenomen.3
Aangenomen wordt dat de erflater in zijn uiterste wil een executeur de opdracht kan geven een stichting op te richten overeenkomstig zijn aanwijzingen.4 Dit doet denken aan de directe last tot oprichting van een stichting in Nederland die ook aan een executeur kan worden opgelegd (besproken in 1.1.1.2.1).5