De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.2.1:3.2.1 Inleiding
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.2.1
3.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS400662:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bron: www.unece.org.
Hoewel de verantwoordelijkheid binnen de UNECE bij deze werkgroep van de Inland Transport Committee ligt, zal ik eenvoudig steeds spreken van de UNECE. Aanbeveling nr. 5 is als bijlage 1 bij dit boek gevoegd.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 2.3 is uiteengezet dat aan de basis van de totstandkoming van het groenekaartstelsel mede heeft gestaan de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, de UNECE, in Genève.
Wat is de UNECE, wat is haar betekenis voor het groenekaartstelsel en wat is het juridische karakter van Aanbeveling nr. 5? Deze vragen staan in deze paragraaf 3.2
centraal.
Om te beginnen de UNECE. Zij is een van de vijf regionale commissies van de Verenigde Naties. Haar primaire doel is het stimuleren van samenwerking van de aangesloten staten op economisch gebied.
Beleidsanalyse, het tot stand brengen van verdragen, regelgeving en standaarden en het verlenen van technische ondersteuning aan staten die daaraan behoefte hebben behoren tot de instrumenten.
De UNECE heeft (naar de situatie op 1 januari 2010) 56 lidstaten uit voornamelijk Europa, maar ook uit Noord-Amerika en Azië. Meer dan zeventig internationale beroeps- en bedrijfstak- en non-gouvernementele organisaties nemen aan het werk van UNECE deel. De Council of Bureaux is een van deze organisaties.1 DE UNECE kent een Inland Transport Committee, die een Werkgroep heeft ingesteld die zich met wegvervoer bezig houdt. Deze werkgroep is verantwoordelijk voor Aanbeveling nr. 5.2