Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.3.1.5.b:6.3.1.5.b Invorderingsfaciliteit bij schuldigerkenning van de koopsom
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.3.1.5.b
6.3.1.5.b Invorderingsfaciliteit bij schuldigerkenning van de koopsom
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS350346:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hoogeveen (2011), blz. 102.
Tot 1 januari 2010 gold de invorderingsfaciliteit nog wel voor schenkingen, maar deze mogelijkheid is geschrapt toen art. 4.17c Wet IB 2001 met ingang van 1 januari 2010 van kracht werd.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten aanzien van de invorderingsfaciliteit bij schuldigerkenning geldt eveneens dat (art. 25, achttiende lid, IW 1990) deze in mijn second-best voorstel, na doorvoering van een aantal aanpassingen, behouden kan blijven. Dit voorstel wordt hier integraal overgenomen.
Hoogeveen1 oppert dat het verdedigbaar is de faciliteit ook open te stellen voor giften: ‘Voor zover sprake is van een gift zou echter ook verdedigd kunnen worden dat de overdrager de financiering van de ‘koopsom’ volledig voor zijn rekening neemt.’ Deze suggestie heb ik tot dusverre niet besproken. In paragraaf 6.2.1.1 heb ik aangegeven in mijn first-best voorstel geen faciliteiten voor schenkingen te willen verlenen. Ook in mijn second-best voorstel zie ik voor deze suggestie geen plaats. In mijn second-best voorstel is het mogelijk om bij schenking gebruik te maken van een doorschuifmogelijkheid (zie paragraaf 6.3.1.3.c). Ook voor ab-houders geldt een doorschuifmogelijkheid bij schenking en een invorderingsfaciliteit indien het ab wordt overgedragen tegen schuldigerkenning. 2 In een second-best voorstel behoren naar mijn mening geen nieuwe faciliteiten te worden opgenomen, tenzij daar zwaarwegende argumenten voor zijn. Ik heb daar wel voor gekozen waar het betreft het overlijden van de ab-houder (zie paragraaf 6.3.1.6.a). Ook vind ik het argument van Hoogeveen dat de overdrager de koopsom volledig voor zijn rekening neemt niet steekhoudend. Er is in deze situatie nu eenmaal geen sprake van een overdracht tegen schuldigerkenning.