Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/7.7:7.7 Wetssysteem toekomstbestendig
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/7.7
7.7 Wetssysteem toekomstbestendig
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS357399:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook de vraag of het wetssysteem van de Omgevingswet toekomstbestendig zal zijn, laat zich moeilijk beantwoorden zonder concrete wetteksten. In paragraaf 3.6 heb ik een wetssysteem toekomstbestendig genoemd als daarbinnen geen nieuwe - onverdedigbare - wetssystematische tekorten ontstaan als gevolg van het feit dat de wetgever in belangrijke mate is gedwongen om een chronologische aanpak1 te hanteren. Daarbij heb ik vier wetgevingstechnieken aangegeven die al dan niet in samenhang gebruikt naar mijn oordeel tot een - meer - toekomstbestendig wetssysteem kunnen leiden.
De kabinetsbrief geeft onvoldoende houvast om te kunnen beoordelen of de Omgevingswet de pretentie heeft het omgevingsrecht voor eens en voor altijd te codificeren.
Ten aanzien van het gebruik van toekomstbestendige samenhangcriteria verwijs ik graag naar paragraaf 3.6.3, waarin ik heb aangegeven dat daarvan in de Omgevingswet op verschillende wijzen gebruik wordt gemaakt. Zo zal de Omgevingswet onder meer voor wat betreft doelen, terminologie en instrumentarium nauw aansluiten bij de EU-regelgeving.2 Ook zullen de tientallen rechtsfiguren die het omgevingsrecht volgens het kabinet thans kent worden vervangen door zes rechtsfiguren.3
Gelet op de inhoudsopgave lijkt er een aanzet te worden gegeven voor een aanbouwwet, aangezien de hoofdstukken 8 tot en met 10 zijn gereserveerd, maar dat lijkt mij bij nadere bestudering niet het geval te zijn. Aanbouwwetgeving betekent immers dat de wetgever eerst de volledige voor het omgevingsrecht noodzakelijke wetssystematiek schept, waarna de diverse onderdelen van de wet weliswaar chronologisch tot stand komen, maar wel meteen op hun wetssystematisch juiste plaats kunnen worden gezet. van een dergelijk aanbouwwetssysteem is geen sprake. Het lijkt er veeleer op dat het kabinet - vooralsnog - niet prijs wil geven - of bezwaarlijker: geen vastomlijnd idee heeft - hoe de Omgevingswet uiteindelijk zal worden ingevuld. Mij dunkt dat geen goede zaak, want als het wetssysteem niet duidelijk is, loopt de wetgever het risico dat de Omgevingswet niet de verwachte opschoning van het omgevingsrecht betekent.
Een voorbeeld betreft hoofdstuk 13 Financiële bepalingen waarin volgens het kabinet de volgende soorten bepalingen uit bestaande omgevingswetten worden overgenomen en waar mogelijk geïntegreerd: financiële bepalingen met betrekking tot vergunningen, schaderegelingen, heffingen, kostenverhaal, leges en interbestuurlijke financiële regelingen. Op een later moment worden ook andere instrumenten bezien zoals tegemoetkomingen, fondsen, statiegeld, retourpremies en verzekeringen.4 De vraag rijst dan welke criteria het kabinet hanteert om bepaalde financiële bepalingen wel en andere niet of nog niet in de Omgevingswet op te nemen. Het zou duidelijker zijn als het kabinet zich daarvan reeds nu een beeld vormt en voor de in de Omgevingswet op te nemen financiële bepalingen reeds een wetssystematisch plaats inruimt.