Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/7.1
7.1 Inleiding
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS353814:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Regeerakkoord VVD-CDA, Vrijheid en verantwoordelijkheid, 30 september 2010, www.rijks-overheid.nl, p. 30.
Ministerie van IenM, Kabinetsbrief Raamwet Omgevingsrecht 2011.
Ministerie van IenM, Beleidsbrief Eenvoudig Beter 211.
Mede namens de bewindslieden van ELenI, BZK, VenJ, OCW en Defensie.
Ministerie van IenM, Kabinetsbrief stelselherziening omgevingsrecht 2012. Zie ook de Factsheet Stand van zaken ontwikkeling Omgevingswet van maart 2012, Ministerie van IenM, Eenvoudig Beter, https://omgevingswet.pleio.nl/pg/pages/view/361862/overige-dossiers. In het Themanummer Contouren van de Omgevingswet nader beschouwd (M en R 2012/6) is een samenvatting van de kabinetsvoornemens tot stelselwijziging opgenomen (Van den Broek, Samenvatting kabinetsbrief stelselherziening omgevingsrecht 2012). Uylenburg geeft een overzicht van de inhoud en plaatst enige kanttekeningen (Uylenburg, Kansen en kanttekeningen 2012). Het themanummer bevat voorts bijdragen uit wetenschap en praktijk over onderdelen van die voornemens. Arentz meent dat de Omgevingswet is gedoemd te mislukken als er niet iets wordt gedaan aan de lijstjesterreur (Arentz, De kop moet er (juist) op! 2012). Tolsma bespreekt het uitgangspunt om met de Omgevingswet beter aan te sluiten op Europese regelgeving en de betekenis van Europese regelgeving voor het streven naar meer flexibiliteit in de Omgevingswet (Tolsma, De Europese dimensie van de Omgevingswet 2012). Van Velsen belicht enkele ideeën van het kabinet met betrekking tot milieueffectrapportage (Van Velsen, De Europese m.e.r.-verplichtingen en de Omgevingswet 2012). Nijmeijer schrijft dat de naam bestemmingsplan misschien verdwijnt, maar de verschijningsvorm zeker niet (Nijmeijer, Van bestemmingsplan naar omgevingsverordening 2012). Groothuijse meent dat de Waterwet niet zal ontkomen aan integratie in de Omgevingswet, die sterke gelijkenis vertoont met de systematiek en de logische opbouw van de Waterwet (Groothuijse, Integratie van de Waterwet in de Omgevingswet 2012). Bregman geeft antwoord op de vraag in hoeverre de stroomlijning van het omgevingsrecht geschikt is voor een gebiedsgerichte aanpak (Bregman, Gebiedsontwikkeling met de Omgevingswet 2012). Volgens Van den Heuvel lijkt het erop, dat het bestaande stelsel van omgevingsrecht aan het einde van zijn latijn is en dat het beter is fundamenteel te vernieuwen in plaats van nog meer wijzigingen op wijzigingen te stapelen (Van den Heuvel, De flexibiliteit van de Omgevingswet 2012). Zie ook Van den Broek, Omgevingswet: de kers op de taart! 2012 en Backes c.s., Naar een nieuw omgevingsrecht 2012. Overigens is ook oudere literatuur nog steeds de moeite waard, zoals Michiels, De toekomst van de Omgevingswet 2002, die een aantal vragen formuleert die heden ten dage nog steeds relevant zijn voor het bundelen van omgevingsrecht, zoals 'Wat is het probleem?, 'Wat is omgevingsrecht?' en 'Betekent een integrale omgevingsrechtelijke kijk ook dat er een integrale wet moet komen?'
Ministerie van IenM, Kabinetsbriefstelselherziening omgevingsrecht 2012, p. 1. Het kabinet geeft helaas niet aan wat in dit verband precies onder duurzaamheid zou moeten worden verstaan.
www.internetconsultatie.nl/stelselwijziging_omgevingsrecht. Er zijn 76 openbare reacties ingekomen.
Ministerie van IenM, Kabinetsbriefstelselherziening omgevingsrecht 2012, p. 25.
In soortgelijke zin Sievers, Milieu- en omgevingsrecht: hoe meer integraal, hoe beter? 2012, p. 60.
Kamerstukken II 2011/12, 33 118, nr. 4.
Niet doorschuiven maar aanpakken, p. 36.
Nederland Sterker & Socialer, p. 53.
Bruggen slaan, Regeerakkoord VVD-PvdA, 29 oktober 2012, p. 39.
Hiervoor is aan de hand van vijf toetsvragen onderzocht hoe de herschikking die heeft geleid tot de Wabo (hoofdstuk 4), de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5) en de herschikking in het ontwerp Wet natuurbescherming zich verhouden tot de in hoofdstuk 3 ontwikkelde criteria voor bundeling van omgevingsrecht. Zulks is gebeurd aan de hand van concrete wettelijke bepalingen of - in het geval van het ontwerp - voorstellen daartoe.
In het regeerakkoord van het op 14 oktober 2010 aangetreden kabinet Rutte-Verhagen is aangekondigd dat het kabinet met voorstellen komt tot bundeling en vereenvoudiging van wet- en regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht.1 In een brief van 23 maart 20112 schrijft dit kabinet te streven naar een Raamwet omgevingsrecht. Vervolgens heeft het kabinet in een beleidsbrief van 28 juni 20113 aangekondigd dat begin 2012 een wetsvoorstel Omgevingswet zou worden gepresenteerd waarin 60 wetten op het gebied van het omgevingsrecht zouden moeten worden gebundeld. Op 9 maart 2012 heeft de minister van IenM4 in plaats van dat wetsvoorstel aan de Tweede Kamer een brief gestuurd waarin de contouren zijn geschetst van de door het kabinet beoogde herziening van het stelsel van omgevingsrecht.5
Het kabinet heeft de overtuiging dat het met een nieuw instrumentarium, verankerd in een integrale Omgevingswet, mogelijk is om sneller en beter besluiten te nemen en de juridische randvoorwaarden te scheppen voor een duurzame en doelmatige ontwikkeling van de leefomgeving.6 Op 11 april 2012 sloot de termijn voor de internetconsultatie over de kabinetsbrief van 9 maart 2012.7
In de brief wordt een conceptwetsvoorstel voor juni-september 2012 in het vooruitzicht gesteld.8 Ten tijde van het afsluiten van mijn onderzoek was dit conceptwetsvoorstel met concrete wettelijke bepalingen nog niet gepubliceerd. Dientengevolge was het niet goed mogelijk om aan de hand van de vijf toetsvragen te onderzoeken hoe de herschikking die zou moeten leiden tot een Omgevingswet zich verhoudt tot de in hoofdstuk 3 ontwikkelde criteria. Wel zal hierna in paragraaf 7.2 een korte indruk worden gegeven van de Omgevingswet zoals die op basis van de kabinetsbrief van 9 maart 2012 vorm zou kunnen worden gegeven. In de paragrafen 7.3 tot en met 7.7 zal aan de hand daarvan een indicatie worden gegeven van de wijze waarop de vijf toetsvragen dienstig zouden kunnen zijn bij de beoordeling van de contouren van de Omgevingswet. Afgesloten zal worden met een korte samenvatting en conclusie in paragraaf 7.8.
In dit verband zij nog opgemerkt, dat het kabinet Rutte-Verhagen op 21 april 2012 weliswaar is gevallen, maar er zijn sterke aanwijzingen dat de plannen voor een Omgevingswet ook door een nieuw kabinet zullen worden voortgezet.9 Zo gaat de ambtelijke voorbereiding naar verluidt onverminderd door en toonden de woordvoerders van PvdA, VVD, D66, CDA en SP zich tijdens het algemeen overleg van 6 augustus 2012 over de kabinetsbrief van 9 maart 2012 op hoofdlijnen positief over een Omgevingswet.
Kuiken (PvdA): 'Onze basishouding is dan ook positief, omdat wij nu een aantal knelpunten zien.' Houwers (VVD): 'De VVD juicht het dan ook toe dat de minister zo voortvarend aan de slag is gegaan met het ontwerpen van een nieuwe Omgevingswet.' Paulus Jansen (SP): kijken wij nu naar gestructureerde oplossingen voor de lange termijn. De SP-fractie is daarvan een groot voorstander, zij het dat wij ons in dit stadium wel afvragen of wij toewerken naar een gestructureerde oplossing.' Van Veldhoven (D66): 'D66 is voor versimpeling en grondige herziening van het omgevingsrecht, want alles is met alles gelinkt. Het zou prima zijn om dat in de wet beter tot uitdrukking te brengen.' De Rouwe (CDA): . omdat het voor de CDA-fractie duidelijk is dat er een herziening moet komen. Het is duidelijk dat wij de minister steunen in haar ambitie.'10
Bij de verkiezingen op 12 september 2012 behaalden VVD (41 zetels) en PvdA (38 zetels) een meerderheid in de Tweede Kamer. Hun verkiezingsprogramma's pleiten voor een Omgevingswet.
Het verkiezingsprogramma van de VVD vermeldt: De VVD wil het bestaande omgevingsrecht terugbrengen tot één basiswet. Deze Omgevingswet vervangt bestaande wetten, waaronder de Waterwet, de Crisis- en Herstelwet en de wet Ruimtelijke Ordening. Dit betekent: minder regels, kortere procedures, meer flexibiliteit en transparantie en minder onderzoek en kosten.'11 Het verkiezingsprogramma van de PvdA vermeldt: Er moet één nieuwe Omgevingswet komen ter vervanging van tientallen andere wetten waarmee veel duidelijker wordt welke rol burgers in welke fase van planning en uitvoering kunnen spelen.'12 Het Regeerakkoord VVD-PvdA van het kabinet Rutte II vermeldt: In 2013 komen we met een wetsvoorstel omgevingswet ter vervanging van onder meer de wet op de ruimtelijke ordening en de waterwet.'13