Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/2.10.1
2.10.1 Belastingdienst versus Finanzverwaltung
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399450:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk R. Taha, WFR fiscaal café 2017: De 100 dagen-brief van de DG Belastingdienst: het (toezicht) beleid van de Belastingdienst, WFR 2018/11.
Rapport “Tussenstand Investeringsagenda Belastingdienst” 11 oktober 2017. Voor de mogelijke gevolgen voor het proces “vooroverleg” zie W.E. Nent, Vooroverleg; uitstervende hoeksteen van fiscaal uitvoeringsbeleid, NTFR 2017/2503.
A.F.M. Brenninkmeijer (nationale ombudsman), Belastingdienst in evenwicht met de burger, WFR 2013/578, paragraaf 1.
Rabenort wijst op de trend waarbij de fiscale autoriteiten wereldwijd op hoog tempo digitaliseren op weg zijn naar een werkwijze die draait om verzamelen en analyseren van data. Hij wijst op het belang van deze trend en dat deze trend in Nederland tot nog toe weinig aandacht krijgt. M. Rabenort, Digitale Fiscale Autoriteiten veroorzaken een revolutie in de fiscale praktijk, WFR 2017/116.
L.G.M. Stevens, Hoe beschermen we op termijn de kernwaarden van belastingheffing, WFR 2013/587, paragraaf 10.
Opmerkelijk vond ik de schets van Theo van Poolen die denkt dat in 2020 tot het inkomensbegrip slechts die inkomensbestanddelen worden gerekend, die via digitale contra-informatie af te dekken zijn, L. van Tilburg, De fiscalist 4.0 hoe past de fiscalist in de wereld van big data, risicomanagement en maatschappelijk verantwoord ondernemen, WFR 2016/79.
Voor een uiteenzetting zie E.Huber / R.Seer, Steuerverwaltung im 21.Jahrhundert: Risikomanagement und Compliance, StuW 4/2007, blz. 355-371. Voor een overzicht van de organisatie en verantwoordelijkheden van de Finanzbehörden verwijs ik naar Seer in Tipke/Lang19, Steuerrecht, §21, Rz. 30-41.
Dit wordt ook bevestigd door een door de NOB ingesteld onderzoek naar “de relatie met de belastingdienst (2011,2013,2016)”. https://2013.nobjaarverslag.net/verslag/a1004_Communicatie-met-Belastingdienst-moet-beter.
In gelijke zin W. van Hoeflaken, Verslag symposium VHMF, WFR 2013/606, paragraaf 1.
Onderzoek Allen & Overy, Global tax practice, negotiating the minefield: managing tax risks in challenging times, January 2017, blz. 14.
Zie bijvoorbeeld Taxlive 27 juni 2017: plan om fiscale structuren te melden is onhoudbaar voor belastingadviespraktijk.
Voor een kritische beschouwing hierover zie J.P. Boer, Consultatie Maatregelen aanpak belastingontduiking; een consultatie die vragen oproept, NTFR 2017/2098.
F.G. Barnard, Veranderingen in de relatie Belastingdienst - belastingplichtige: is er sprake van verharding? TFB 2017/6/60714.
Zowel de Nederlandse Belastingdienst als het Duitse Finanzverwaltung staat over het algemeen bekend als een kwalitatief hoogwaardige en betrouwbare instantie die toeziet op de uitvoering en naleving van de fiscale rechtsregels in Nederland en Duitsland. Wel moet gezegd worden dat de Nederlandse Belastingdienst in de laatste jaren een paar keer flink negatief in het nieuws is gekomen met bijvoorbeeld een veel te ruime vertrekregeling die leidde tot een ongecontroleerde uitstroom van medewerkers.1 De Algemene Rekenkamer bracht dat vrij recentelijk nog onder woorden in een tussentijdse rapportage (met datum 11 oktober 2017) over de zogeheten Investeringsagenda van de Belastingdienst. “Er is minder geld uitgegeven dan beschikbaar was, meer personeel uitgestroomd dan gepland en de bestedingen voor projecten om de processen en het functioneren van de Belastingdienst te veranderen blijven achter. Bijna 60% van de geplande projecten voor de Investeringsagenda is vertraagd of geannuleerd. Beter inzicht in de kosten en baten is gewenst, maar nog niet gegarandeerd”, vindt de Rekenkamer.2
Brenninkmeijer omschrijft de Belastingdienst als het instituut voor herverdeling van inkomens van de staat met een complex aan wettelijke maatregelen als sturingsmechanisme.3 Zowel de Nederlandse Belastingdienst als de Duitse Finanzverwaltung heeft te maken met een dynamische werkomgeving. In deze tijd worden werkprocessen mede bepaald door maatschappelijke trends zoals, mondialisering, informatisering, digitalisering4, vergrijzing en individualisering. Volgens Stevens houdt de wetgever onvoldoende rekening met de uitvoerbaarheid, waardoor de door de maatschappelijke trends opgeroepen uitvoeringslasten extra worden verzwaard.5 De massaliteit van de werkprocessen van de Belastingdienst staat volgens hem bij voortduring op gespannen voet met de behoefte aan maatwerk.6 Dit zal ongetwijfeld ook gelden voor de Duitse Finanzverwaltung.7
Een verschil tussen de Nederlandse en Duitse Belastingdienst – dat ik met name op grond van praktijkervaring vaststel – is de relatief makkelijkere toegankelijkheid van de Nederlandse Belastingdienst8 ten opzichte van het meer afstandelijke Duitse Finanzverwaltung. Het is ook geen publiek geheim dat in Nederland de belastingplichtigen (dan heb ik met name over vermogende particulieren en grote ondernemingen) door de Belastingdienst als klanten worden gezien9 en dat een “klantcoördinator’’ ervoor moet zorgen dat de belastingplichtige door het hebben van één aanspreekpunt bij de Belastingdienst zich zo comfortabel mogelijk voelt. Deze persoonlijke benadering is er bij de Finanzverwaltung in beduidend mindere mate. Dit blijkt ook uit een onderzoek van Allen & Overy. Op een vraag in welk land de Belastingdienst als “redelijk’’ (reasonable) wordt ervaren antwoordde 76% van de ondervraagde ondernemingen “Nederland’’ en vrijwel als laatste met een percentage van 16 “Duitsland’’.10
De Europese Commissie heeft in juni 2017 nieuwe transparantieregels (zogenoemde Mandotory Disclosure) voorgesteld voor intermediairs – waaronder belastingadviseurs, accountants, banken en advocaten – die cliënten adviseren op het gebied van grensoverschrijdende belastingplanning. Op grond van de voorgestelde regels dienen grensoverschrijdende belastingconstructies met bepaalde “wezenskenmerken”, die tot inkomensverlies voor nationale overheden kunnen leiden, automatisch gemeld te worden bij de nationale belastingautoriteiten van de EU-lidstaten. De EU-lidstaten zullen de ontvangen gegevens vervolgens automatisch met elkaar uitwisselen. In de praktijk is deze voorgestelde richtlijn met scepsis ontvangen gezien met name de enorme reikwijdte van de richtlijn.11 De richtlijn zal mogelijk zowel in Duitsland als Nederland impact hebben op de relatie tussen belastingplichtigen (en adviseurs) en de Belastingdienst, respectievelijk de Finanzverwaltung.
Naast deze internationale ontwikkeling heeft de Nederlandse wetgever op 20 juli 2017 door middel van een internetconsultatie het concept van de Wet aanpak belastingontduiking en een beleidsdocument over de bekendmaking van vergrijpboeten gepubliceerd. Dit laatste document gaat over de voorgenomen maatregel om vergrijpboeten die juridische beroepsbeoefenaren zijn opgelegd, openbaar te maken.12 Uit de brief van 23 februari 2018 over belastingontwijking en ontduiking blijkt dat de nieuwe regering nog steeds achter deze aanpak staat en dat fiscale wetgeving hieromtrent in het Belastingplan 2019 kan worden verwacht. Mijns inziens merkt Barnard terecht op dat er sprake lijkt te zijn van een verharding tussen de belastingplichtige en de (Nederlandse) Belastingdienst.13 De verharding komt denk ik met name door de in hoofdstuk 2.4.2 en 2.8 geschetste “leaks’’ en de discussie over belastingontwijking.