Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/1.1
1.1 Inleiding
mr. dr. L. van den Berge, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. L. van den Berge
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een handzame overzichtsartikelen onder meer D. Levi-Faur, ‘From Big Government to Big Governance?’, in: D. Levi-Faur (red.), Oxford Handbook of Governance, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 3-18; D. Levi-Faur, ‘Regulation and regulatory governance’, in: D. Levi-Faur (red.), Handbook on the Politics of Regulation, Cheltenham: Edward Elgar 2011, p. 3-21.
Vgl. o.a. M. Castells, The Rise of the Network Society, Londen: Blackwell 2000. Zie voor een helder essay over de relevantie van Castells ideeën voor het recht onder meer H.C.G. Spoormans, ‘De netwerkstaat en het recht’, in: A.H. Lamers en C.M. Zoethout (red.), De netwerkstaat en het recht, Zutphen: Paris 2017, p. 17-35.
Zie ook L. van den Berge, ‘Bestuursrecht in de netwerksamenleving. Waarom de rechtsmacht van de bestuursrechter een materiële grondslag beehoeft’, RM Themis 2018, afl. 4 (hierna: Van den Berge 2018a).
Bij het uitvoeren van beleid vertrouwen overheden veelal niet langer op een verticaal en centralistisch model van ‘command and control’, maar op ‘publiek-private samenwerking’, ‘netwerkbestuur’ en ‘regulering op afstand’ als meer horizontaal georiënteerde strategieën om hun doelen te verwezenlijken.1 Met de verschuiving van ‘government’ naar ‘governance’ is een netwerksamenleving ontstaan waarin publieke machtsuitoefening in toenemende mate in handen is komen te liggen van ingewikkelde bestuurlijke netwerken van publieke en private actoren waarin een duidelijke hiërarchie ontbreekt.2 Voor een adequaat functioneren van het bestuursrecht als stelsel van macht en tegenmacht levert de opkomst van de moderne netwerksamenleving verschillende uitdagingen op. Het klassieke besluitenprocesrecht zoals dat kort na de oorlog het licht zag en bij de invoering van de Algemene wet bestuursrecht in wezen onaangetast bleef komt aan die uitdagingen onvoldoende tegemoet. In plaats daarvan is het tijd voor een stelsel dat fundamenteel breekt met de centrale positie van het besluit als de spil van het bestuursrechtelijk geding.3